zondag 5 juli 2009

Klimrek

Met deze verhaal neem ik afscheid met mijn bijna afgelopen kindertijd :-)
PS. Dit is gewoon een roman(als u het wel een roman vind) als er iets is in de verhaal dat u bekendvoorkomt. Dat is dan gewoon toevallig.


1 Te laat

Het is vroeg in de morgen. Het mist een beetje, de douwdruppels glijden van een blaadje. Ik snuif de frisse ochtendlucht op. Met het stuur stevig in mijn handen trap ik door op mijn nieuwe fiets. Hij is paars met een grote blauwe bloem in het midden. En een grote fietstas achterop. En ook nog een blauw mandje voorop!
Mijn moeder had al gezegd dat een fietstas genoeg was, maar een mandje stond gewoon mooi.
Het gras buigt onder mijn wielen.
Een klein boerenerfje komt dichterbij. De paarden houden op met grazen en begroeten mij met een knikje en een hinnikje. Vlug fiets ik door. Een brug kwam me als volgende tegemoet.
Een moeder eend met 10 kleine schattige Baby eendjes zwemmen vlak achter elkaar onder mij door.
Ik zou het liefst in het water springen en een eendje aaien, maar dat kon nou eenmaal niet, nou ja, het kan wel, maar dat zou wel erg zijn. Ik bedoel, je springt in het water alleen om een kleine poep schattige eendje te aaien. Dat zou mooi zijn.
Ik was even gestopt omdat ik tussen de struiken een moeder eend zag broeden. Rustig liep ik door om haar niet te laten schrikken.
Toen moest ik een bult op, daar was een spoorrails.
Helaas klingelt luid de bel en de slagboom ging naar beneden. Een trein kwam langs zoeven. Ik kon de wind voelen.
Een meneer met een pet was een krant aan het lezen, de krant was weggevlogen onder de scherpe trein wielen en scheurde in stukken. De man was niet treurig en pakte gerust nog een uit zijn tas. Ik denk dat hij een kranten bezorger is, want zijn rode schoudertas zit vol kranten.
Ik moest weer door toen de slagbomen weer omhoog gingen.
Achter de spoor is mijn school.

Met een grote boog parkeerde ik mijn fiets in de fietsenstalling. De fietsenstalling is heel klein. Maar gelukkig passen er net de meeste fietsen in.
Boven de fietsenstalling steekt een plat gebouw uit. Op het dak zit een reuze (neppe) kraaiennest. Daarop staat met fleurige letters: O.B.S De Kraaiennest. Zo heet mijn school.
Door grote deuren liep ik naar binnen, nou...liep? Ik rende een beetje omdat ik al te laat was. Mijn school had drie deuren. Eentje voor de kleutergroepen. Eentje voor de middelbouwgroepen. En eentje voor de bovenbouwgroepen. In het midden van de school is de aula. Daar staat een podium die elk feestdag of seizoen wordt versierd, soms word er ook een voorstelling opgegeven. Naast de aula staat een digitaal schoolbord. Er staat ook eentje bij ons in de klas.
Via een raampje zag ik Karin, mijn zusje, aandachtig luisteren naar haar juf. Haar zwarte haren luisteren stilletjes over haar schouders mee. Ik was te laat! Dat was ik even vergeten. Ik liep vlug de klas binnen.

“Kim, dit is niet de eerste keer dat je te laat bent!” zei de meester niet zo erg blij.
Meester Piet was wel aardig en grappig, hij kan ook streng zijn. Maar dat is hij alleen als iemand vervelend doet. Zijn haar is altijd met wat gel in een aantal plukje gestreken. Ik had eerst altijd een juf op maandag alleen zij moest haar officiële diploma nog krijgen, dat was juf Karin.
Zachtjes strompelde ik naar mijn plek naast Rick.
Rick is een jongen met grappige ogen. Hij is maar een jaar ouder dan mij. Iedereen denkt dat ik op hem verliefd ben en andersom, maar we zijn alleen beste vrienden.
Toen ik langs Layla en Tamara kwam lachen ze me zachtjes uit, dat verwachtte ik al maar toch had ik even het gevoel dat mijn hoofd zal ontploffen!!
In godsnaam, ik weet echt, echt niet waarom ze mij beschouwen als een vijand. Terwijl ik niks met hun te maken heb. En trouwens, ik maak ook nooit ruzie met iemand.
Tamara spot steeds met mijn tekening, ze zegt dat ze het raar vind of dat ze niet weet wat het voorstelt. En toen ik mijn inschreef voor een musical stond Layla me stiekem uit te lachen. Zelfs bij mijn spreekbeurt gaven ze iedereen een tien behalve bij mij. Ze gaven mij een 7.
Erger nog, ze hadden, toen ik op vakantie was, mijn kladschrift onder gekliederd en mijn mooiste tekeningen aan elkaar geplakt. Ik dacht eerst zelfs dat Iris het had gedaan!
“Je bent te laat” fluisterde Rick. “Merk ik” antwoordde ik.
“Pak jullie taalboek maar!” meester Piet klapte in zijn handen “Vandaag gaan we het hebben over het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord. Wie weet er een?”
De klas bleef stil. De kinderen keken elkaar aan met een gezicht van ‘weet jij er een?’.
Ik kon er zo een heleboel op noemen, maar daar had ik geen zin meer in. Het was zo simpel.
“Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is bijvoorbeeld: een houten stoel of een leren schoen, wie weet dan wat een zelfstandig naamwoord is?”
Weer bleef het stil...
Wat saai...
Ik tuurde naar buiten. Ik zag mijn fiets staan. Auto’s reden hard voorbij en ouders praten met elkaar...

Ik vloog in de wolken. Ik had een leuk soort spionnenpakje aan. Ik kan heel hoog springen. Paarse wolken zweven voorbij, de frisse wind streelt mijn gezicht. Met mijn pistool vecht ik tegen boeven. En daar zie ik vaag iets bewegen. Een meisje zat in een kooi. Zij had ook zwart haar en een spionnenpakje aan. Ik zag een sleutel. Maar toen kwam er een monster. “PANG!” De monster was verslagen. Toen ik het meisje had bevrijd zei ze tot mijn verbazing .
“Kim, Kim!! Maak je taalles af!” De paarse wolken verdwenen en de lucht werd de klaslokaal.
Rick keek me lachend aan.
Nu hebben we geschiedenis les.
Meester Piet kon prachtig vertellen. Hij vertelde over de oorlogen van Napoleon...

Opeens was ik een prinses in een mooie paarse jurk. Ik zat opgesloten in een eng kasteel. Er hingen skeletten aan de muur en kleine kaarsjes branden en verlichte het kleine vertrek. Grote schilderijen van Napoleon hingen aan de muur. Een grote ketel was in het midden van de kamer. Alle meisje uit mijn klas was ook in een kooi: Samera, Iris, Rosalie, Jamy, Elly, Violinde en Linde. Ze waren ook allemaal prinsessen en een paar waren jonkvrouwen. Layla en Tamara waren gemene heksen. Tamara toverde viola in een kikker. O, arme Viola was helemaal van streek! Maar gelukkig kwamen alle jongens uit mijn klas: Michael, Simon, Peter, Novich, Pieter, David en Rick. Ze versloegen de toverkolen. Toen Rick mij net ging redden uit de kooi en een hand op mijn schouder legde zei hij: “Ga je mee naar buiten?”

Ik werd wakker uit mijn fantasie. “Ga je mee naar buiten?” Vroeg de meester, hij had een hand op mijn schouder gelegd.
Rick zat zoals gewoonlijk op de klimrek. De klimrek is al heel oud. Al vanaf ik hier op school kwam was hij er al. Het had een soort slangenvorm. Het heeft twee bogen. In het midden buigt het omlaag. Er naast is een grote sparrenboom. Als je op een bult staat kan je de tak aanraken.
“Hier ben ik weer!” Riep ik terwijl ik op de klimrek sprong. Rick viel bijna van de klimrek af van de schrik. “Ja, dat zie ik”. Rick maakt altijd grapjes en als ik het lachend navertel lacht hij nog harder dan als hij het zelf verteld.
De wind waait tegen de sparrenboom. Een tak zwiept tussen mij en Rick in.
“Hé tortelduifjes!” riepen Iris en Tamara. Ze holden achter ons aan, “Wanneer gaan jullie zoenen?” riepen ze van ver af. Helaas was de plein niet zo groot en holden we steeds rondjes. “Naar binnen allemaal!” Riep meester Piet.

Eenmaal binnen hoorde ik Samera en Jamy schelden tegen Rosalie. “Ja, en jij dan met je dikke...” Hoorde ik Violinde en Linde schelden. “Rustig meisjes” zei Layla wijs. En Tamara riep “Ja joh” Toen meester dit zag was hij heel erg boos. Je zag bij wijze van spreken bijna de rook uit zijn oren vliegen. “Wat is dit hier?!” Brulde hij als een leeuw. “Zij begon” “Nee zij begon” Hoorde ik alle meisjes door elkaar. Giechelend stonden de jongens te wachten.
“STIL” riep de meester en verzocht dat alle meisjes in een kring moest zitten. Ik dacht dat het wel iets leuks was. Dus ik pakte heel snel mijn stoel en kwam erbij zitten. Maar toen ik alle boze gezichten zag veranderde ik meteen van mening. Langzaam schoof ik weer weg.
“Kim, jij hebt toch niets te maken met de ruzie?” zei meester Piet.

Na een hele tijd had ik al tien tekeningen en een kort verhaal af en nog waren ze niet klaar met uitpraten. “Ik heb hier geen zin meer in!” Riep meester Piet uiteindelijk “We gaan rekenen, we zijn een hoop tijd kwijt.”

zondag 14 juni 2009

Regen

Ik kijk naar buiten, uit het raam, de lucht is grijs, en kleine diamant tranen vallen naar beneden. Ze druppelen langs het kleine bobbeltje in de weg. Tussen de doolhof van straatstenen door, op weg naar het riool.
" Daag Wan-Qing" roepen ze vlak voordat ze worden opgeslokt in de diep duisternis van het riooltunnel.
" Help me toch!"
Ik schrok op, een dame in een fel oranje jurk vervaagd in de harde regenbuien.
Ik trok gauw mijn regenjas aan, en stampte in de plassen, ik keek naar de plek waar de dame stond.
" Ga met ons mee!" riepen de druppeltjes.
" Ga met ons mee Wan-Qing" riep een zoete stem.
" Ik ben veel te groot voor het riool!"
Ik kromp opeens zo erg dat een regendruppel om me heen sloot en me mee bracht naar het enge riool.
Het leek alsof ik in een glazen bol door een spookhuis heen reed.

Een lange witte baard,
half hangend in het rioolwater,
Half blind,
keek de rat mij aan:
" Wie ben jij?"
" Wan-Qing"
" Waar is de wijsheid?"
" Eh.."
" Zoek de weg in jouw hart"

Mijn hoofd voelde groeiend aan.
Mijn handen groeide en groeide.
Ik zat klem tussen de riool muren.
Ik begon te huilen, grote druppels vielen naar beneden.
" Ik wil naar huis!"
Ik sloot mijn ogen en veegde een paar tranen weg.
Met 1 oog zag ik een klein deurtje.
Ik duwde het open.
Ik keek met 1 oog door het deurtje heen.
De deur groeide tot een enorme gat.
Bloemen zwiepen in mijn gezicht, gras kriebelt mijn benen.
Op eens sloot de gat achter me.
Ik sloeg en ik schopte tegen de deur maar hij ging niet open.
Een grote flits verscheen achter me.
" Ik ben de zon, alle vreugde zit hier opgesloten"

" Ik wil naar huis!" huilde ik zacht en liet me omhelzen door de zon. Ik zag haar felle oranje jurk. Zij was de vrouw in de regen!

" Waarom huil je?" vroeg ik.
" Ik ben de regen, waarom is zij een zon, jij een mens en ik de regen?"
Regen barste in snikken uit.
" Laat de vreugde los, je zult de weg in je hart vinden, hoe kom ik thuis?"
" volg je hart"

Even later opende ik mijn ogen, de zon scheen in mijn gezicht, ze lachte!"

Einde

donderdag 21 mei 2009

Een oude man (2)

Een versleten pet,
huilt in de wind,
sneeuw vlokken strelen,
langs zijn lange ongeschoren baard,
een jas met nog maar enkele knopen,
leunend over een oud bankje,
de nacht strijkt langs zijn haren,
een gedachte aan zijn jeugd

De winters maan boven de wolken,
een uil die ademloos volgt,
een traan,
die spoelt over zijn rimpelig gezicht

Het sneeuw valt door en door,
het valt op het stille hekje,
een gil,
zonder geluid,
hij valt

Niemand heeft het gezien,
niemand heeft het gehoord,
en ooit heeft deze nacht,
om een oude man gehuild

vrijdag 15 mei 2009

Een oude man

Een oude man,
hief,
een brief van vijf euro,
trillend in zijn hand,
heeft het brief,
net zoveel rimpels al zijn gezicht

Een oude man,
met altijd een zelfde jas,
nooit blinkt,
of het winter is,
of het zomer is,
het stinkt
(heeft hij het wel ooit gewassen?)

Een oude man,
Hij bestelt alleen maar een bami,
of een soep,
maar krijgt van mijn moeder,
altijd een gratis kroepoek

donderdag 14 mei 2009

Een vrouw met hoge hakken

Een hoed geheven
onder het randje,
rode lippen,
als het ochtendzon

Een lange rode jas ,
Als het eeuwige vuur,
in het duister,
Stevig stapt ze door
tik tak tik tak tik tak

Hoge gebouwen steken boven haar uit,
mensen kijken haar aan,
Een eindeloze straat,
rekt voor haar uit,

ze denkt,
hoeveel mensen zijn er al voorbij?
Hoe ver moet ik nog lopen?
Over toen,
over wat moet komen

Ze liep oneindeloos door,
op haar hoge hakken,
Tik tak tik tak tik tak tik tak tik tak tik tak...

dinsdag 5 mei 2009

Hoe zal het zijn

Hoe zal het zijn
Is het fijn
Of doet het pijn

Moet ik ze nou verlaten
Mijn klimmerek
Mijn zitplek
Als je iets wil vertellen,
Zit er niemand naast je meer

Rood bankje, eenzame schooltasje
Roze sneeuw, lachende kind
Moet ik ze nou verlaten,
Meesters aanwijsstokje


Een gedachte
Op en neer
Over een gedachte
Van een meisje
Een meisje
Met een gedachte
Keer op keer

Hoe zal het zijn,
Een nieuwe school...?

zaterdag 2 mei 2009

Vissen

Ik heb een nieuw visje gekregen,
En om er mini feestje van te maken, deden we een klein wedstrijdje:
Bedenk een gedicht in vijf minuten: Daryl, ik en mijn zusje hadden een gedichtje geschreven. Nu zet ik alle gedichten hier.

1. Vissen (Van mij):
Met hun staarten met hun vinnen,
Met hun schubben, dat is de som,
Soepel en draaiend langs mijn zinnen
Mijn gedicht in mijn kom

Ze spelen met mijn woorden
draaien het heen en weer
verbind ze in nieuwe akkoorden
en schud ze weer keer op keer

Het man sterren, thu min sangen
Hun msch dutbben, id at es oem
e soeep na edaiend ngas ijn nnize
dicht nanee nen beo okij

Mijn vissen net dichters,
Zet mijn woorden golvend in de rij

2.vissen- Zwemles (Ru-Lian mijn zusje):

Er was eens een hele rare vis
Hij zat op vissen- zwemles
Hij deedt krom open en dicht,
dat deedt hij keer op keer,
En er was een juf zwemles vis,
Ze had een fluit om te roepen:
Je moet door zwemmen
Ga maar op en neer
En sta niet op keer
Ga anders terug naar badje 2
Dat kost je moeder nog meer

3. Goudvissen (Daryl):

Goudvissen zijn leuke dieren
Je kunt ze gebruiken om je huis mee te versieren
Je kunt ze in een aquarium doen, of in een kom
Stop ze niet in een glaasje water, je bent toch niet dom?
Stop ze in iets groots en niet in iets kleins
Want als het te krap is vinden ze het echt niet fijn
Geef ze niet te veel eten
Anders gaan ze dood, moet je weten
Als ik goudvissen zie, dan krijg ik altijd een lach op mijn gezicht
En dit is het einde van mijn gedicht