deel 5, Luna en Yasmine 2
Het heeft verschrikkelijk lang geduurd, maar nu de Cito voorbij is begin ik weer te schrijven. Ik hoop dat jullie geduld niet op is, ik ga meer schrijven. Veel plezier met de vijfde deel van Klimrek!
Langzaam verschoof de wijzer naar de twaalf. Eindelijk zou het dan weekend zijn.
,,Heb jij al..." ik draaide mijn hoofd opzij, maar er zat niemand. Rick is er de hele dag niet geweest, zal hij... Nee, ik schudde mijn hoofd, hoe durfde ik zoiets te bedenken. Ik liet me niet storen door die gedachten en ging verder aan mijn taalwerk. Al toen ik twee woorden verder was begonnen loeiende sirenes in mijn hoofd te rijden. Ik zag vele mensen verbaasd kijken. Ondanks de menigte kon ik toch alles zien. Ik zag net dat iemand de ambulance in werd gedragen. Een roodkleurige traan viel naar beneden. Het spatte op de grond.
,,Goed kinderen, alles wat je niet af hebt maken jullie maar in de weekend, stoppen nu!!" Meester Piet klapte in zijn handen. Alle kinderen hieven hun hoofden op. Ze waren veschrikkelijk blij.
,,Goed kinderen, juf Karin komt maandag op bezoek, ik wil dat jullie de laatste tien minuten de klas gaan vegen en dat jullie de kasten op gaan ruimen. Aan de slag!" meester Piet leek opgewonden. Layla fluisterde grijnzend tegen Tamara. Langzaam sloot ik mijn taalboek en begon de bezem te pakken. Overal begonnen kinderen op te ruimen. De boeken werden recht gezet, de klas werd geveegd en de planten kregen water. Iedereen zag uit naar de komst van de geliefde juf Karin. Alleen Novic en Pieter stonden gek te doen. Novic deed een robot na en Pieter klom op de tafels en sprong. Tamara lachtte om die twee.
,,NOVIC EN PIETER! Stelletje lafkou... Potverdorie vanwege jullie ga ik schelden ook! Stop! Allebei, ga aan de slag, ik hoop dat jullie geen plannen hebben na school?" Meester Piet glimlachte vals. Toen ik de laatste zandkorrels bij elkaar had geveegd was het twaalf uur. Uit mijn la haalde ik Rick's pen. Ik stopte het in zijn laatje. Ik glimlachte vaag, als er maar niks gebeurt is met hem...
Ik zag mijn huis dichterbij komen. Ik parkeerde mijn fiets in de voortuin. Uit mijn zak haalde ik de huissleutel. Toen de deur geopend was, was het verdacht stil in huis. Uit de keuken hoorde ik het fornuis aanstaan. In de keuken was mijn moeder aan het koken. Ze draaide zich om en glimlachte breed.
,,Ik heb een verassing voor je" Op dat moment sprongen Luna en Yasmine vanachter de keukentafel.
,,LUNA, YASMINE!" Ik viel in hun armen. Ze lachtten. We stoven de trap op en gingen zitten in mijn kamer. Ik sloot de deur. Yasmine liet haar logeertas zien. Ze haalde haar nintendo DS eruit. Luna ook. Meteen begonnen ze te spelen. Ik zat er versufd bij.
,,Gaan we niet eerst kletsen of zo?" vroeg ik.
,,Stil, ik heb Yoshi bijna verslagen" riep Yasmine. Ze drukte hevig op de toetsen.
,,Waarover?" vroeg Luna die haar nintendo sloot.
,,Over iets, moppen of wat je hebt beleefd?" ik draaide met mijn vinger over de vloer.
,,Nou, ik zag laatst een man in de bibliotheek, hij had een krant vast." ik lachte.
,,Wat is daar zo belangrijk aan?" lachte Luna. Yasmine had de nintendo ook gesloten en kwam erbij zitten.
,,Weet je wat er gebeurt is?" Yasmine lachte ,,Nou, Luna en ik liepen langs de sloot en ontdekken een brug. Dat brug leidde naar een groot grasveld. Daar was een hut. Dat hut was gemaakt van oude dingen. Er zat een porseleinen pop in een gat wat de raam betekende. Verderop was een plek waar heel veel boompjes met besjes groeide. Ver weg zag ik een boer aanrennen. Hij was kwaad. We verstopten ons in de hut. Omdat er een sloot tussen de boer en ons was kon hij niet bij ons. Toen hij weg was kwamen we uit de hut en renden we naar huis, toch Luna?" Yasmine keek Luna aan. Luna keek mij aan. Ik keek naar de klok, het was 6 uur.
,,Komen jullie eten?" werd er geroepen. We renden nar beneden. Aangetrokken door de heerlijke geur van aardappels.
zondag 14 februari 2010
zaterdag 9 januari 2010
In de wachtkamer
'Dit heb ik erop gezet wegens verzoek van mijn directeur, ik heb het oorspronkelijk geschreven voor 'Write up! Aan het woord! Rivierenland.' Ik had dit verhaal op het laatste moment geschreven dus had ik veel haast.Veel plezier'
Vastberaden zat ze rustig op het witte stoffen bankje in de wachtkamer. In de wachtkamer was het enige licht een paar zonnestralen die naar binnen schenen. Je hoorde er alleen maar het omslaan van bladzijden. En gesnuif van verkouden neuzen. Als je door het kleine raampje naar buiten gluurde zag je lichte sneeuw. De laatste sporen van de winter. Er groeide een klein bloemetje tussen de tegels.
Haar bloedrode lippen bewogen rustig op en neer door de woorden die ze in haar hoofd las. Haar benen waren gekruist als een nette dame, maar straks, straks zou ze eindelijk afscheid kunnen nemen van de nette beschaving, afscheid nemen van de doodstille ruimte. Ze moest maar even recht zitten, ze moest meer even net zitten. Ze moest zacht praten . Oh wat zou ze graag eens lekker vals willen zingen door de kamer,even alles roepen wat een deftige dame nooit zegt. Even haar lichaam de vrije loop geven. Even een keer zich vrij voelen. Dat zou ze graag willen doen...
Even keek ze op. Bleef kijken naar een schilderij aan de muur. Het was een angstaanjagende tijger. Zijn klauwen waren gescherpt. De ogen keken geniepig terug. Hij kwam uit de struiken stappen. Zijn zandkleurige buik sleepte door de modder. De lianen weken uiteen voor hem. De bladeren maakten plaats voor zijn grote kop. Zijn strepen staken hoog boven de struiken uit. Als een kat die zijn rug hoog opzet en briest. Oh, wat werd ze hier zenuwachtig van. Haar benen trilden licht. Er kwam een lichte angst naar boven bij haar, maar ook een zware klank van avontuur.
In haar nek kriebelde het rode haar van een oud vrouwtje naast haar. Haar rode klos haar stak alle kanten op. Ze zag eruit als haar buurvrouw. Die buurvrouw die haar niet eens herkende toen ze samen toevallig in de cafetaria waren! Ja, zo zijn die mensen van die drukke stad.
Zoals die hoge gebouwen, de beleefdheid van mensen tegen elkaar. “Wat zie je der leuk uit!” zegt iemand misschien tegen jouw, maar wat denkt die wel niet? Natuurlijk! In zijn kleine hersenbol speelt een andere zin: “Heeft ze die jurk bij die circus gekocht ofzo?”.
Voorzichtig, om het oude vrouwtje naast haar, niet te kwetsen schoof ze een eindje op. Waardoor ze helemaal tegen de muur gedrukt werd. Zo bleef ze een tijdje zitten tot er: “Mevrouw Hakkerma wilt u in zaal 4 komen?” geroepen werd. Op dat moment stond het oude vrouwtje langzaam op. Zij, die tegen de muur gedrukt zat, hielp het oude vrouwtje uit medelijden. Het vrouwtje keek haar met vriendelijke ogen aan dat haar deed denken aan de valse vriendelijke ogen van de heks van Hans en Grietje. Sinds wanneer ben ik zo argwanend? Ze lachte zichzelf uit, knikte en ging weer rustig zitten, pakte de krant met beide handen en las rustig verder. Haar benen wiebelde in een onbekend melodietje. Haar ogen vielen rustig dicht...
Haar wildernis instinct sloeg op hol. Langzaam gingen haar ogen open. Lianen slingeren om haar heen.
“Dit is pas leven, Melissa” zei ze vrolijk tegen zich zelf, maar toch sloeg de angst om haar heen. Haar donkerblonde golvende en licht krullende haar hing in slierten om haar heen. Met een ruk gooide ze haar prachtige leren jas uit tussen de bladeren op de vieze grond. Schoppend schopte ze haar ene laars uit en daarna de andere. Ze had alleen nog meer een fris topje en een broekje over. Haar lokken die in een paardenstaart was gebonden deed ze los en gooide het elastiekje bij de andere op de grond. Haar ene voet zakte half weg in de modder. Ze trok zichzelf aan een liaan omhoog.
“Kom op Melissa,” Sprak ze weer tegen zichzelf “Je hebt niet voor niets al die Euris weggegeven voor die ‘cursus overleven’” En trok harder aan de liaan waardoor die knapte en zo viel ze weer in de modder. Haar donkerblonde haren waren modderbruin geworden. Haar lichte blosjes waren overdekt met modder. De modder viel haar kleren binnen. Ze hees zichzelf met haar handen omhoog en stond een even later weer met een vieze modderblad in haar handen. Dat gooide ze over haar schouders naar achteren.
“Meneer Wijnstra, wilt u naar zaal 6 komen?” Haar fantasie werd gestopt. Een man met een echte ‘senior-snor’ stapte trots van zijn zitplaats en liep de deur uit.
Is ie van binnen net zo sterk als van buiten? Mensen moeten zichzelf af en toe maskeren...
En wie geeft jouw een schouder als je een zwaar moment hebt en even wilt leunen?
Het frisse groen overwon haar. Het nette dame in haar vervaagde. Haar krullen plakte aan haar gezicht. De zon streek zachtjes de hele jungle weer netjes groen. De wind blies de jungle helemaal fris. De dieren in de jungle zorgden voor een prachtige koor door de jungle. Ze was verschrikkelijk verrukt van de avontuurlijke leven in de jungle. Op haar gezicht stond een klein grappig lachje. Haar hart klopte nu moedig in haar keel. Met een hand veegde ze de lokken haar uit haar gezicht. Haar ogen rolden van de inspanning. Gauw verzamelde ze het meest geschikte hout om een ruwe hut te maken. De maan kwam langzaam de hemel in. Met een paar lianen en wat draden van de wortels van de bomen, maakte ze een ruw hutje in elkaar. Haar moedige stemming was al lang gezakt en haar angst kwam opdagen. Geritsel klonk er uit de struiken. Gele ogen keken haar vanuit het donkere groen aan. Een gescherpte klauw kwam geruisloos uit de struiken. Aan zijn hoog opgezette rug kon je scherp zijn felle zwarte strepen zien. Zijn zware buik die vast net een hert had verorberd gleed met moeite over de grond. Ze stond versteend. Vast genageld aan de grond. Maar zo moedig als ze kon bleef ze de tijger recht in de ogen kijken.
“Dit red je wel Melissa meid” Zei ze tegen zichzelf. De tijger hield nu een bekende pose vast. En bleef zo staan...
“Wilt Melissa Hastren zich misschien melden bij zaal 3? Sorry voor het lange wachten” Klonk het door de wachtkamer.
Langzaam deed ze haar ogen open. Langzaam kwam de wachtkamer in beeld. De witte muur. De banken en stoelen. De lege kamer. Het schilderij... De ogen van de tijger keken nog steeds naar haar. Angstaanjagend, maar op veilige afstand.
Ze liep de wachtkamer uit, naar zaal 3. Zo recht als een deftige dame...
Vastberaden zat ze rustig op het witte stoffen bankje in de wachtkamer. In de wachtkamer was het enige licht een paar zonnestralen die naar binnen schenen. Je hoorde er alleen maar het omslaan van bladzijden. En gesnuif van verkouden neuzen. Als je door het kleine raampje naar buiten gluurde zag je lichte sneeuw. De laatste sporen van de winter. Er groeide een klein bloemetje tussen de tegels.
Haar bloedrode lippen bewogen rustig op en neer door de woorden die ze in haar hoofd las. Haar benen waren gekruist als een nette dame, maar straks, straks zou ze eindelijk afscheid kunnen nemen van de nette beschaving, afscheid nemen van de doodstille ruimte. Ze moest maar even recht zitten, ze moest meer even net zitten. Ze moest zacht praten . Oh wat zou ze graag eens lekker vals willen zingen door de kamer,even alles roepen wat een deftige dame nooit zegt. Even haar lichaam de vrije loop geven. Even een keer zich vrij voelen. Dat zou ze graag willen doen...
Even keek ze op. Bleef kijken naar een schilderij aan de muur. Het was een angstaanjagende tijger. Zijn klauwen waren gescherpt. De ogen keken geniepig terug. Hij kwam uit de struiken stappen. Zijn zandkleurige buik sleepte door de modder. De lianen weken uiteen voor hem. De bladeren maakten plaats voor zijn grote kop. Zijn strepen staken hoog boven de struiken uit. Als een kat die zijn rug hoog opzet en briest. Oh, wat werd ze hier zenuwachtig van. Haar benen trilden licht. Er kwam een lichte angst naar boven bij haar, maar ook een zware klank van avontuur.
In haar nek kriebelde het rode haar van een oud vrouwtje naast haar. Haar rode klos haar stak alle kanten op. Ze zag eruit als haar buurvrouw. Die buurvrouw die haar niet eens herkende toen ze samen toevallig in de cafetaria waren! Ja, zo zijn die mensen van die drukke stad.
Zoals die hoge gebouwen, de beleefdheid van mensen tegen elkaar. “Wat zie je der leuk uit!” zegt iemand misschien tegen jouw, maar wat denkt die wel niet? Natuurlijk! In zijn kleine hersenbol speelt een andere zin: “Heeft ze die jurk bij die circus gekocht ofzo?”.
Voorzichtig, om het oude vrouwtje naast haar, niet te kwetsen schoof ze een eindje op. Waardoor ze helemaal tegen de muur gedrukt werd. Zo bleef ze een tijdje zitten tot er: “Mevrouw Hakkerma wilt u in zaal 4 komen?” geroepen werd. Op dat moment stond het oude vrouwtje langzaam op. Zij, die tegen de muur gedrukt zat, hielp het oude vrouwtje uit medelijden. Het vrouwtje keek haar met vriendelijke ogen aan dat haar deed denken aan de valse vriendelijke ogen van de heks van Hans en Grietje. Sinds wanneer ben ik zo argwanend? Ze lachte zichzelf uit, knikte en ging weer rustig zitten, pakte de krant met beide handen en las rustig verder. Haar benen wiebelde in een onbekend melodietje. Haar ogen vielen rustig dicht...
Haar wildernis instinct sloeg op hol. Langzaam gingen haar ogen open. Lianen slingeren om haar heen.
“Dit is pas leven, Melissa” zei ze vrolijk tegen zich zelf, maar toch sloeg de angst om haar heen. Haar donkerblonde golvende en licht krullende haar hing in slierten om haar heen. Met een ruk gooide ze haar prachtige leren jas uit tussen de bladeren op de vieze grond. Schoppend schopte ze haar ene laars uit en daarna de andere. Ze had alleen nog meer een fris topje en een broekje over. Haar lokken die in een paardenstaart was gebonden deed ze los en gooide het elastiekje bij de andere op de grond. Haar ene voet zakte half weg in de modder. Ze trok zichzelf aan een liaan omhoog.
“Kom op Melissa,” Sprak ze weer tegen zichzelf “Je hebt niet voor niets al die Euris weggegeven voor die ‘cursus overleven’” En trok harder aan de liaan waardoor die knapte en zo viel ze weer in de modder. Haar donkerblonde haren waren modderbruin geworden. Haar lichte blosjes waren overdekt met modder. De modder viel haar kleren binnen. Ze hees zichzelf met haar handen omhoog en stond een even later weer met een vieze modderblad in haar handen. Dat gooide ze over haar schouders naar achteren.
“Meneer Wijnstra, wilt u naar zaal 6 komen?” Haar fantasie werd gestopt. Een man met een echte ‘senior-snor’ stapte trots van zijn zitplaats en liep de deur uit.
Is ie van binnen net zo sterk als van buiten? Mensen moeten zichzelf af en toe maskeren...
En wie geeft jouw een schouder als je een zwaar moment hebt en even wilt leunen?
Het frisse groen overwon haar. Het nette dame in haar vervaagde. Haar krullen plakte aan haar gezicht. De zon streek zachtjes de hele jungle weer netjes groen. De wind blies de jungle helemaal fris. De dieren in de jungle zorgden voor een prachtige koor door de jungle. Ze was verschrikkelijk verrukt van de avontuurlijke leven in de jungle. Op haar gezicht stond een klein grappig lachje. Haar hart klopte nu moedig in haar keel. Met een hand veegde ze de lokken haar uit haar gezicht. Haar ogen rolden van de inspanning. Gauw verzamelde ze het meest geschikte hout om een ruwe hut te maken. De maan kwam langzaam de hemel in. Met een paar lianen en wat draden van de wortels van de bomen, maakte ze een ruw hutje in elkaar. Haar moedige stemming was al lang gezakt en haar angst kwam opdagen. Geritsel klonk er uit de struiken. Gele ogen keken haar vanuit het donkere groen aan. Een gescherpte klauw kwam geruisloos uit de struiken. Aan zijn hoog opgezette rug kon je scherp zijn felle zwarte strepen zien. Zijn zware buik die vast net een hert had verorberd gleed met moeite over de grond. Ze stond versteend. Vast genageld aan de grond. Maar zo moedig als ze kon bleef ze de tijger recht in de ogen kijken.
“Dit red je wel Melissa meid” Zei ze tegen zichzelf. De tijger hield nu een bekende pose vast. En bleef zo staan...
“Wilt Melissa Hastren zich misschien melden bij zaal 3? Sorry voor het lange wachten” Klonk het door de wachtkamer.
Langzaam deed ze haar ogen open. Langzaam kwam de wachtkamer in beeld. De witte muur. De banken en stoelen. De lege kamer. Het schilderij... De ogen van de tijger keken nog steeds naar haar. Angstaanjagend, maar op veilige afstand.
Ze liep de wachtkamer uit, naar zaal 3. Zo recht als een deftige dame...
donderdag 24 december 2009
Sneeuw
S neeuw laat een spoor achter,
N iemand die het begrijpt, laat
E r toch iemand zijn, ver
E rgens anders, die
U en ons niet langer laten
W achten met een vraag
N iemand die het begrijpt, laat
E r toch iemand zijn, ver
E rgens anders, die
U en ons niet langer laten
W achten met een vraag
zondag 29 november 2009
Klimrek
4. In bed
Donker en stil... ik lig in bed. Mijn dekens hoog opgetrokken. Ik kijk recht in de ogen van mijn statige, hoge 'brombeer'. Ik sluit mijn ogen, met de plan het pas open te doen als de zon weer schijnt en de wekker dat irritante gepiep laat horen. Aandachtig luister ik naar de regen tegen het raam, het onweer dat dondert, de bliksems die veel verwoesten. 'Als de dijken het maar houden' speelt het steeds in mijn hoofd, tot ik het in de werkelijk hoorde. Op slag sloeg ik mijn ogen open. Vaag zie ik de kast, de deur, het raam, het schuine dak...
"Wie zei het?" vroeg ik. Ik draaide mijn hoofd een andere richting op.
"Niemand"hoorde ik en mijn lippen gingen weer verder.
"Wie zei het? Niemand, als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand al... HOU OP!"
De stem dat op drie verschillende stemmen leek, verdwenen als op orde van de vierde stem.
Mijn hoofd verdween weer in het dons van mijn kussen. Door die woordspel moest ik denken aan een zin: "Waar ben jij? Hier ben ik! Waar ben jij? Hier ben ik!" Ik dacht aan Niels Holgersson die in een kabouter veranderde. En Maarten de witte ganzerik en zijn vrouw Donsje en de zeven kleine gansjes, Asa het ganzenhoedstertje en de kleine Mads. Ik dacht aan Akka van Kebnekaise en Yksi, Kaksi, Kolme, Nelljä, Viisi en Kuusi. Aan Smirre de vos die aan de ketting gelegd werd. Aan de geschiedenissen die zich hadden afgespeeld in het boek. Dank je bibliotheek voor het mooie boek. Oh Ja! De bibliotheek! Ik moet Harry Potter en de Steen der Wijze nog ophalen van de reservering. Nou ja morgen dan. Ik weet trouwens weinig over Harry Potter. Alleen dat hij een leerling is op...Zwijnstein? En... Oh morgen de toets al? Even denken Rom is de hoofdstad van Italië en de hoofdstad van Oostenrijk is...Wenen? Waar maak ik me toch zo druk om? Ja tuurlijk! Morgen druk,druk,druk. Toets, een overhoring, SPREEKBEURT!! Oh man. goed kalmeer, Wat nog meer? Ah Rick zijn pen teruggeven, Luna en Yas... LUNA en YASMINE! JOEPIE! Uit vreugde sprong ik uit bed en danste een rondje tot mijn voeten waren bevroren en ik weer in bed sprong. Luna en Yasmine... Moest ik die prinsessen blad over Yasmine niet terug aan mijn zusje geven? Morgen, alles morgen... dacht ik nog. Ik sloot mijn ogen en droomde...
Donker en stil... ik lig in bed. Mijn dekens hoog opgetrokken. Ik kijk recht in de ogen van mijn statige, hoge 'brombeer'. Ik sluit mijn ogen, met de plan het pas open te doen als de zon weer schijnt en de wekker dat irritante gepiep laat horen. Aandachtig luister ik naar de regen tegen het raam, het onweer dat dondert, de bliksems die veel verwoesten. 'Als de dijken het maar houden' speelt het steeds in mijn hoofd, tot ik het in de werkelijk hoorde. Op slag sloeg ik mijn ogen open. Vaag zie ik de kast, de deur, het raam, het schuine dak...
"Wie zei het?" vroeg ik. Ik draaide mijn hoofd een andere richting op.
"Niemand"hoorde ik en mijn lippen gingen weer verder.
"Wie zei het? Niemand, als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand al... HOU OP!"
De stem dat op drie verschillende stemmen leek, verdwenen als op orde van de vierde stem.
Mijn hoofd verdween weer in het dons van mijn kussen. Door die woordspel moest ik denken aan een zin: "Waar ben jij? Hier ben ik! Waar ben jij? Hier ben ik!" Ik dacht aan Niels Holgersson die in een kabouter veranderde. En Maarten de witte ganzerik en zijn vrouw Donsje en de zeven kleine gansjes, Asa het ganzenhoedstertje en de kleine Mads. Ik dacht aan Akka van Kebnekaise en Yksi, Kaksi, Kolme, Nelljä, Viisi en Kuusi. Aan Smirre de vos die aan de ketting gelegd werd. Aan de geschiedenissen die zich hadden afgespeeld in het boek. Dank je bibliotheek voor het mooie boek. Oh Ja! De bibliotheek! Ik moet Harry Potter en de Steen der Wijze nog ophalen van de reservering. Nou ja morgen dan. Ik weet trouwens weinig over Harry Potter. Alleen dat hij een leerling is op...Zwijnstein? En... Oh morgen de toets al? Even denken Rom is de hoofdstad van Italië en de hoofdstad van Oostenrijk is...Wenen? Waar maak ik me toch zo druk om? Ja tuurlijk! Morgen druk,druk,druk. Toets, een overhoring, SPREEKBEURT!! Oh man. goed kalmeer, Wat nog meer? Ah Rick zijn pen teruggeven, Luna en Yas... LUNA en YASMINE! JOEPIE! Uit vreugde sprong ik uit bed en danste een rondje tot mijn voeten waren bevroren en ik weer in bed sprong. Luna en Yasmine... Moest ik die prinsessen blad over Yasmine niet terug aan mijn zusje geven? Morgen, alles morgen... dacht ik nog. Ik sloot mijn ogen en droomde...
woensdag 28 oktober 2009
Stoel
Stevig sta ik,
met mijn houten bestaan,
op vier poten,
toch wil ik nooit gaan
Ik sta altijd op wacht,
Op herinneringen uit het verleden,
Overdag en in de nacht,
De toekomst en heden
De klok draait,
met zijn wijzers,
Tiktaktiktak...
Enkele rondjes
Ik kword vermijd,
Dan zou je denken,
dat ik oud word,
en verslijt
met mijn houten bestaan,
op vier poten,
toch wil ik nooit gaan
Ik sta altijd op wacht,
Op herinneringen uit het verleden,
Overdag en in de nacht,
De toekomst en heden
De klok draait,
met zijn wijzers,
Tiktaktiktak...
Enkele rondjes
Ik kword vermijd,
Dan zou je denken,
dat ik oud word,
en verslijt
zondag 11 oktober 2009
Kerstmis
De sneeuw dwarrelt langzaam naar beneden. Een sneeuwvlokje dwarrelt op een raam, samen met zijn vele soortgenoten. Achter de raam is een licht. Een lichtje dat danst op het rustige kerstmuziek. Kleine kerstballen glinsteren in het lichtje.
Kim denkt aan het moment dat straks zou gaan komen. Dan zou ze haar vingers aflikken aan het vers gebraden kip. Ze zou smullen en schrokken van de kerstsalade dat haar moeder elk kerstmis maakt. Ze zou van het kerstdrankje slurpen dat haar vader zelf heeft ontdekt. Dan gaat ze met haar zusje de geweldige cadeautjes openen. Haar moeder glimlacht. Ze hebben een kaarsje aangestoken. Moeder en vader zijn het kerst gebed aan het doen. Dan blaast mama het kaarsje uit. Het is donker in het kleine kamertje. "FLITS" De lamp knippert weer aan. Nu gaat het gebeuren, waar Kim haar lippen al bij aflikt. Met z'n vieren vallen ze aan. En inderdaad werd er veel geschrokt, gegeten, gesmuld en geslurpt. De lampjes in de kerstboom dansen van kleur naar kleur. Tot de laatste druppeltje en het laatste kruimeltje op was, begon opeens de lamp te flikkeren. Het flikkerde aan en uit. Kim's zusje werd verschrikkelijk bang. De lamp is uit, het is weer pikkedonker. "Probeer nu maar jullie cadeautjes te openen" lachte moeder. Ze was helemaal in de smaak gevallen. Voorzichtig tasten Kim en haar zusje in het donker. Kim koos een groot pakje uit. Bij het maanlicht las ze: 'voor Kim' In mooie letters geschreven. Ze maakte het open. Het was een set van 5 nieuwe pijlen. Ze hield veel van pijlschieten en was dol op boogschutters. "Dank je mam!" riep ze en kuste pap. "Dank je pap" en ze kuste mam. Ze moesten lachen. Kim's zusje had ook een cadeautje gevonden. Ze maakte het open in de maanlicht. Het was wel een griezelig sfeertje. Kim's zusje lachte. Ze had een zaklamp gekregen. Ze stopte er batterijen in en knipte het licht van de zaklamp aan. Tegerlijkertijd sprong de lamp weer aan. Alle lantaarnpalen buiten waren ook weer aangeflikkert. De hele familie moest lachen. Dit was de lolligste kersnacht van Kim's leven.
HOHOHO Merry christmas
En daar, vloog de kerstman over de daken.
Einde
Kim denkt aan het moment dat straks zou gaan komen. Dan zou ze haar vingers aflikken aan het vers gebraden kip. Ze zou smullen en schrokken van de kerstsalade dat haar moeder elk kerstmis maakt. Ze zou van het kerstdrankje slurpen dat haar vader zelf heeft ontdekt. Dan gaat ze met haar zusje de geweldige cadeautjes openen. Haar moeder glimlacht. Ze hebben een kaarsje aangestoken. Moeder en vader zijn het kerst gebed aan het doen. Dan blaast mama het kaarsje uit. Het is donker in het kleine kamertje. "FLITS" De lamp knippert weer aan. Nu gaat het gebeuren, waar Kim haar lippen al bij aflikt. Met z'n vieren vallen ze aan. En inderdaad werd er veel geschrokt, gegeten, gesmuld en geslurpt. De lampjes in de kerstboom dansen van kleur naar kleur. Tot de laatste druppeltje en het laatste kruimeltje op was, begon opeens de lamp te flikkeren. Het flikkerde aan en uit. Kim's zusje werd verschrikkelijk bang. De lamp is uit, het is weer pikkedonker. "Probeer nu maar jullie cadeautjes te openen" lachte moeder. Ze was helemaal in de smaak gevallen. Voorzichtig tasten Kim en haar zusje in het donker. Kim koos een groot pakje uit. Bij het maanlicht las ze: 'voor Kim' In mooie letters geschreven. Ze maakte het open. Het was een set van 5 nieuwe pijlen. Ze hield veel van pijlschieten en was dol op boogschutters. "Dank je mam!" riep ze en kuste pap. "Dank je pap" en ze kuste mam. Ze moesten lachen. Kim's zusje had ook een cadeautje gevonden. Ze maakte het open in de maanlicht. Het was wel een griezelig sfeertje. Kim's zusje lachte. Ze had een zaklamp gekregen. Ze stopte er batterijen in en knipte het licht van de zaklamp aan. Tegerlijkertijd sprong de lamp weer aan. Alle lantaarnpalen buiten waren ook weer aangeflikkert. De hele familie moest lachen. Dit was de lolligste kersnacht van Kim's leven.
HOHOHO Merry christmas
En daar, vloog de kerstman over de daken.
Einde
Aan zee
De zon schijnt vaag door de schaapvormige wolken. Wat je als enige hoort is het ruisen van de zee en het blazen van de wind. Het zand is bedekt met weelderige voetstappen van bezoekers. Kim sloft samen met Iris door een lichte laag sneeuw. Het is winter.
"Hé Kim, kijk daar" Iris fluisterde kleine wolkjes uit haar mond. Maar in de stilte lijkt het een schreeuw. Daar, half in het sneeuw begraven, blinkt iets als een oog die je scherp aankijkt. Kim zegt niets. Ze begraaft haar handen dieper in haar zakken. Langzaam werden de vage voetstappen uitgeveegd. Iris zette voorzichtig een stap naar voren. Kim zakte in haar sjaal. Zodat je haar mond niet meer zag.
"Wat is er Kim?" Iris veegde wat sneeuw weg. Kim slaakte een kreet. Even weergalmde het. Ze had haar handen uit haar zakken getrokken. Ze duwde Iris opzij. Iris snapte er niets van. Kim pakte het op. Het was een vreemd hangertje met een grijnzende teddybeer erop. Ze smeet het in het water. Kim zonk huilend in elkaar. IRis krabbelde bezorgd overeind. Kim dacht aan elke ongeluk die ze had sinds ze die hanger kreeg. Ze had het weggegooid. Hij was verbrand, dat dacht ze. Maar op de hanger die ze net in handen, was er op de achterkant haar naam gegraveerd. Dat was duidelijk haar handschrift!
"Kom" zei Iris ze klopte op Kim's schouder en samen sloften ze de witte wereld weer in. Weg van de grijnzende zee.
"Hé Kim, kijk daar" Iris fluisterde kleine wolkjes uit haar mond. Maar in de stilte lijkt het een schreeuw. Daar, half in het sneeuw begraven, blinkt iets als een oog die je scherp aankijkt. Kim zegt niets. Ze begraaft haar handen dieper in haar zakken. Langzaam werden de vage voetstappen uitgeveegd. Iris zette voorzichtig een stap naar voren. Kim zakte in haar sjaal. Zodat je haar mond niet meer zag.
"Wat is er Kim?" Iris veegde wat sneeuw weg. Kim slaakte een kreet. Even weergalmde het. Ze had haar handen uit haar zakken getrokken. Ze duwde Iris opzij. Iris snapte er niets van. Kim pakte het op. Het was een vreemd hangertje met een grijnzende teddybeer erop. Ze smeet het in het water. Kim zonk huilend in elkaar. IRis krabbelde bezorgd overeind. Kim dacht aan elke ongeluk die ze had sinds ze die hanger kreeg. Ze had het weggegooid. Hij was verbrand, dat dacht ze. Maar op de hanger die ze net in handen, was er op de achterkant haar naam gegraveerd. Dat was duidelijk haar handschrift!
"Kom" zei Iris ze klopte op Kim's schouder en samen sloften ze de witte wereld weer in. Weg van de grijnzende zee.
Abonneren op:
Posts (Atom)