zondag 14 juni 2009

Regen

Ik kijk naar buiten, uit het raam, de lucht is grijs, en kleine diamant tranen vallen naar beneden. Ze druppelen langs het kleine bobbeltje in de weg. Tussen de doolhof van straatstenen door, op weg naar het riool.
" Daag Wan-Qing" roepen ze vlak voordat ze worden opgeslokt in de diep duisternis van het riooltunnel.
" Help me toch!"
Ik schrok op, een dame in een fel oranje jurk vervaagd in de harde regenbuien.
Ik trok gauw mijn regenjas aan, en stampte in de plassen, ik keek naar de plek waar de dame stond.
" Ga met ons mee!" riepen de druppeltjes.
" Ga met ons mee Wan-Qing" riep een zoete stem.
" Ik ben veel te groot voor het riool!"
Ik kromp opeens zo erg dat een regendruppel om me heen sloot en me mee bracht naar het enge riool.
Het leek alsof ik in een glazen bol door een spookhuis heen reed.

Een lange witte baard,
half hangend in het rioolwater,
Half blind,
keek de rat mij aan:
" Wie ben jij?"
" Wan-Qing"
" Waar is de wijsheid?"
" Eh.."
" Zoek de weg in jouw hart"

Mijn hoofd voelde groeiend aan.
Mijn handen groeide en groeide.
Ik zat klem tussen de riool muren.
Ik begon te huilen, grote druppels vielen naar beneden.
" Ik wil naar huis!"
Ik sloot mijn ogen en veegde een paar tranen weg.
Met 1 oog zag ik een klein deurtje.
Ik duwde het open.
Ik keek met 1 oog door het deurtje heen.
De deur groeide tot een enorme gat.
Bloemen zwiepen in mijn gezicht, gras kriebelt mijn benen.
Op eens sloot de gat achter me.
Ik sloeg en ik schopte tegen de deur maar hij ging niet open.
Een grote flits verscheen achter me.
" Ik ben de zon, alle vreugde zit hier opgesloten"

" Ik wil naar huis!" huilde ik zacht en liet me omhelzen door de zon. Ik zag haar felle oranje jurk. Zij was de vrouw in de regen!

" Waarom huil je?" vroeg ik.
" Ik ben de regen, waarom is zij een zon, jij een mens en ik de regen?"
Regen barste in snikken uit.
" Laat de vreugde los, je zult de weg in je hart vinden, hoe kom ik thuis?"
" volg je hart"

Even later opende ik mijn ogen, de zon scheen in mijn gezicht, ze lachte!"

Einde

donderdag 21 mei 2009

Een oude man (2)

Een versleten pet,
huilt in de wind,
sneeuw vlokken strelen,
langs zijn lange ongeschoren baard,
een jas met nog maar enkele knopen,
leunend over een oud bankje,
de nacht strijkt langs zijn haren,
een gedachte aan zijn jeugd

De winters maan boven de wolken,
een uil die ademloos volgt,
een traan,
die spoelt over zijn rimpelig gezicht

Het sneeuw valt door en door,
het valt op het stille hekje,
een gil,
zonder geluid,
hij valt

Niemand heeft het gezien,
niemand heeft het gehoord,
en ooit heeft deze nacht,
om een oude man gehuild

vrijdag 15 mei 2009

Een oude man

Een oude man,
hief,
een brief van vijf euro,
trillend in zijn hand,
heeft het brief,
net zoveel rimpels al zijn gezicht

Een oude man,
met altijd een zelfde jas,
nooit blinkt,
of het winter is,
of het zomer is,
het stinkt
(heeft hij het wel ooit gewassen?)

Een oude man,
Hij bestelt alleen maar een bami,
of een soep,
maar krijgt van mijn moeder,
altijd een gratis kroepoek

donderdag 14 mei 2009

Een vrouw met hoge hakken

Een hoed geheven
onder het randje,
rode lippen,
als het ochtendzon

Een lange rode jas ,
Als het eeuwige vuur,
in het duister,
Stevig stapt ze door
tik tak tik tak tik tak

Hoge gebouwen steken boven haar uit,
mensen kijken haar aan,
Een eindeloze straat,
rekt voor haar uit,

ze denkt,
hoeveel mensen zijn er al voorbij?
Hoe ver moet ik nog lopen?
Over toen,
over wat moet komen

Ze liep oneindeloos door,
op haar hoge hakken,
Tik tak tik tak tik tak tik tak tik tak tik tak...

dinsdag 5 mei 2009

Hoe zal het zijn

Hoe zal het zijn
Is het fijn
Of doet het pijn

Moet ik ze nou verlaten
Mijn klimmerek
Mijn zitplek
Als je iets wil vertellen,
Zit er niemand naast je meer

Rood bankje, eenzame schooltasje
Roze sneeuw, lachende kind
Moet ik ze nou verlaten,
Meesters aanwijsstokje


Een gedachte
Op en neer
Over een gedachte
Van een meisje
Een meisje
Met een gedachte
Keer op keer

Hoe zal het zijn,
Een nieuwe school...?

zaterdag 2 mei 2009

Vissen

Ik heb een nieuw visje gekregen,
En om er mini feestje van te maken, deden we een klein wedstrijdje:
Bedenk een gedicht in vijf minuten: Daryl, ik en mijn zusje hadden een gedichtje geschreven. Nu zet ik alle gedichten hier.

1. Vissen (Van mij):
Met hun staarten met hun vinnen,
Met hun schubben, dat is de som,
Soepel en draaiend langs mijn zinnen
Mijn gedicht in mijn kom

Ze spelen met mijn woorden
draaien het heen en weer
verbind ze in nieuwe akkoorden
en schud ze weer keer op keer

Het man sterren, thu min sangen
Hun msch dutbben, id at es oem
e soeep na edaiend ngas ijn nnize
dicht nanee nen beo okij

Mijn vissen net dichters,
Zet mijn woorden golvend in de rij

2.vissen- Zwemles (Ru-Lian mijn zusje):

Er was eens een hele rare vis
Hij zat op vissen- zwemles
Hij deedt krom open en dicht,
dat deedt hij keer op keer,
En er was een juf zwemles vis,
Ze had een fluit om te roepen:
Je moet door zwemmen
Ga maar op en neer
En sta niet op keer
Ga anders terug naar badje 2
Dat kost je moeder nog meer

3. Goudvissen (Daryl):

Goudvissen zijn leuke dieren
Je kunt ze gebruiken om je huis mee te versieren
Je kunt ze in een aquarium doen, of in een kom
Stop ze niet in een glaasje water, je bent toch niet dom?
Stop ze in iets groots en niet in iets kleins
Want als het te krap is vinden ze het echt niet fijn
Geef ze niet te veel eten
Anders gaan ze dood, moet je weten
Als ik goudvissen zie, dan krijg ik altijd een lach op mijn gezicht
En dit is het einde van mijn gedicht

dinsdag 28 april 2009

Wan-Qing’s wereld

“Niet eerlijk!,, Ik sla de deur dicht. Tranen spoelen over mijn wangen. “ Wat heb ik dan gedaan? Wat heb ik fout gedaan?,, denk ik steeds. Ik doe de deur op slot. Niemand mag erin, en ik ga er nooit meer uit! Ik plof neer naast mijn knuffels. “ jullie houden toch wel van me?,, ze zeggen niks, ze waren zo akelig levenloos. “ bestonden jullie maar...bestonden jullie maar!,, huilde ik zachtjes, ik drukte me stevig tegen mijn knuffels aan. Ik kneep mijn ogen dicht, daardoor liep er nog een paar tranen naar beneden. “waarom...waarom...,, ik deed mijn ogen weer open, hoeveel uren ik heb liggen slapen weet ik niet, maar buiten is het donker. Ik greep naar mijn knuffel, maar die was verdwenen! Ik sprong uit mijn bed en deed de deur open. “ Hallo, vergeet je mij niet?,, vroeg een klein schattig stemmetje. Mijn knuffel stond achter me en keek me met zijn kraaloogjes aan. Misschien had ik in huilen uitgebarsten! Nee, niet van verdriet maar van geluk. Hij leeft!! “nee...,, fluisterde ik “ nee, natuurlijk niet..” Ik veegde mijn tranen weg die ik had gekregen toen ik bijna was gaan uitbarsten voor de tweede keer. Hij liep als een hondje achter me aan, stilletjes de trap af, het restaurant in. Er was nog niemand op straat. Stilletjes pakte ik de sleutels en deed de deur open. Een koele windvlaag streelde mijn gezicht. Een stukje ochtendzon scheen over de daken. Het was geen oranje ochtendzon, maar het was een hele bijzondere ochtendzon. Het blauwe en het paarse smaakten een beetje fris. De roze en de rode smaakte zoet. Het geel en de oranje smaakten bitter en een beetje zuur. En de groene en de witte kleur smaakten zout.
Voorzichtig zette ik een stap naar buiten. Mijn voeten raakten de grond niet aan. Alsof er een onzichtbaar vloer onder mijn voeten groeide. Ik pakte mijn knuffel op. Hoewel hij wel een beetje zwaar is.
Een smalle straat. De huizen staken hoog boven me uit. Een kat om de hoek gromde als een enge tijger. Zijn felle saffier ogen zijn als woedende duiven.
Ik wel weg, weg van hier. Ik ren zo ver dat niemand mijn passen kan tellen. Op weg naar de oranje ochtendzon. Bij haar voel ik me veilig. “ Wan-qing...Wan-qing, ben je er nog?” Ik staarde naar de ochtend zon. “Zei jij dat?”. “ Wan-qing?” Ik hoorde gebonk.
Even later deed ik mijn ogen open. “ Mama!” Ik deed de deur open. Ik knuffelde haar. Bij haar ben ik ALTIJD veilig.