zondag 30 augustus 2009

Klimrek

Jammer dat het zo lang heeft geduurd, maar het was toch vakantietijd ;p

3. Luna en Yasmine deel 1
Toen ik thuis kwam was het al 5 uur. Uitgeput gooide ik de fiets tegen de muur.
"Kim! Yasmine en Luna hebben gebeld!" riep mama vanuit de keuken door de smalle gangpad.
Yasmine en Luna!
Ik zat vroeger bij hun in dezelfde klas van O.B.S. de bloempot. We waren de beste vriendinnen.
We waren niet uit elkaar te houden. Maar toen ik hoorde dat we gingen verhuizen werd ik verdrietig. Met z'n drieën hadden we ooit afgesproken dat we nooit uit elkaar gingen. Dat was tot nu wel gelukt, maar nu... Ik vertelde huilend aan Luna en Yasmine dat ik wegging.
"Ik heb een idee!" zei Yasmine.
Op zolder had ik nog een stuk touw. Dat touw bond ik om mijn middel. Luna bondt het een stukje verder - in het midden - vast en Yasmine aan het eind. Zo zaten we aan elkaar vast.
"Lieve hemel!" Mama kwam binnen met een open mond.
De touw werd doorgeknipt...
"Zal ik voor jouw bloem zorgen?" vroeg Luna als een lief bloemetje...
Twee weken na onze verhuizing kwam ik na school thuis.
"Ik heb een verassing voor je!" zei Mama geheimzinnig.
"WAAH" Luna en Yasmine kwamen vanachter de bank tevoorschijn!
We omhelsden elkaar, we gilden van geluk, en sprongen -net als vroeger- op de bank.
De drie moeders hebben een beslissing genomen, ze blijven contact houden en hun kinderen komen vaak bij elkaar logeren.
Dank je moeders van Luna en Yasmine! Helaas kan mijn moeder niet rijden vanwege haar werk.
En jullie moeten de hele tijd heen en weer rijden.
Luna en Yasmine betekenen heel veel voor mij, vooral omdat ik in mijn nieuwe school helemaal alleen ben.
Ik holde door de gang, struikelde over het tapijt en viel voorover. Ik kon met mijn handen steun vinden boven op het telefoonkastje waar de hoorn al op tafel lag. De hoorn schudde even:
"Ho, wat was dat?" een oude bekende stem klonk uit de telefoon.
Ik pakte de hoorn:
"Eh, Sorry... met Kim"
"Met Yasmine"
"Yasmine!"
"Luna is hier ook!"
"Leuk, maar waarom belde je mij eigenlijk?"
"Kan ik bij jou..."
"Logeren?"
"Ja!"
"Samen met Luna?"
"Ja!"
...

zondag 19 juli 2009

klimrek

Het kostte me een dag tijd, maar toch heb ik de tweede hoofdstuk afgemaakt. Gelukkig was Daryl erbij, Tja, zij en Lisa verbeteren wel altijd mijn grammatica. We hebben zelfs een discussie gehad over het woord 'installeren'
PS. Hoe vind u mijn (kinderlijke) Roman? Wilt u een briefje achterlaten met uw mening? Dank u wel, dat zal mij een hoop verbeteren en helpen.



2 Happy
Het is kwart-over-drie. De school is uit. Een voor een noemt de meester onze namen op. “Rosalie, Jamy, Simon...” Ik keek naar buiten. Wanneer ben ik aan de buurt? “Layla, Tamara...” Layla en Tamara liepen luid lachend en kletsend naar buiten.
Langs het raam liepen ze vastberaden op mijn fiets af, alsof ze dat tijdens schooltijd hebben gepland. Knikkend keek Layla naar Tamara en deze knikte terug. Layla boog zich voorover en fluisterde iets tegen Tamara. Haar mondhoeken breiden zich steeds verder uit en eindigen op een sentimentele glimlach.
Ik moest denken aan mijn gescheurde en aan elkaar geplakte tekeningen.
Ik holde als een speer naar buiten. Meester Piet stond verbaasd en zei “Oké...Kim jij mag ook naar huis...”.
Toch hield iets me er daarvan tegen, ik weet niet. Was het misschien angst dat Layla en Tamara mij zouden uitschelden en daarna liegen tegen de meester? Of was het mijn verstand dat ik beter niet als een gek naar ze moest rennen.

“Hé Kim! Ben je een fan van Iris?”
Ze hadden me TÓCH gezien...
“Hoezo?” vroeg ik.
Layla keek met haar kleine oogjes door de kleine brillenglazen met een zwart randje. En trok een gezicht als een oorwurm, ik snap niet waarom ze niet zo vaak lacht, dat maakt toch haar gezicht mooier?
“Hoezo heb jij dezelfde fietstas als Iris?”
Tamara schudde haar hoofd zodat haar lange golfende bruine haren over haar schouders mee slingerden. Haar korte pony bereiken toch net de bovenkant van haar ogen. Eerlijk gezegd, ze is een beautiful meisje, jammer dat ze zo kakkig kan doen.
“Goh, gaat ze Iris na-apen” ging Layla verder en bewoog met haar vinger alsof een juffrouw tegen mij zegt dat ik het niet goed doe.
“JA,” Tamara schudde weer haar hoofd en haar haren slingerde nu nog heviger mee.

“HAIIII KIM KIM KIM KIM!”
Dat is Iris, haar onschuldige blauwe ogen knipperen en haar lang blonde haren vliegen naar achter. Vaak stort ze op mij af (zoals net) en duwt me dan opzij. Althans... dat deed ze vroeger altijd.
We schommelden op de zelfgemaakte schommel die soms wel pijn deed en lieten ons mee drijven op de wind. Dan zag je de sparrenboom en de wolken en dan zag je de zand vol kleine schelpjes. We botsen tegen elkaar op en weren elkaar af. Of we speelden een race over het klimrek. Onze schoenen uit, klaar voor de start en GO!
Dat was zo mooi geweest...
Maar op een dag, toen kwam Tamara naast ons zitten en... alles veranderde.

Ik was heel blij dat ze op dit moment kwam. “Ga je mee naar mijn paard?!!”
“Ja dat lijkt me l...
“Oké, ga je dan gelijk met me mee?!!”
“Goed dan!”
Verbaasd en jaloers keken Layla en Tamara elkaar aan.
“Iris, wil je mee naar de film?” zei Layla.
“Nou...hm...daar praten we morgen wel over, ik heb nu zin om samen met Kim naar Happy te gaan”
Na mijn zusje een kleine zoen te geven stapte ik op mijn fiets en fietste achter Iris aan.

Het was een hele mooie lentedag. De zon straalde sterk in mijn ogen. De bloemen gaan een voor een open. Kleurrijke vlinders vliegen om me heen en begroeten de bijen. De bladeren van de bomen worden groener en frisser. Kleine bloesem knoppen willen de wijde wereld zien. Kleine vogeltjes proberen te vliegen en vliegen steeds hoger de witte wolken in. Het gras is groener dan normaal en nog groener aan de overkant.
“Iris...” eigenlijk wou ik vertellen dat het een misverstand was dat ik dacht dat zij mijn tekeningen aan elkaar had geplakt.
“Ja?” Iris keek op van haar stuur
“Oh...eh.... over Happy... Hoe gaat het met haar?”
“Nou niet echt goed” Iris vertelde vervolgens over Happy’s been, ze was een beetje verdrietig. Oeps! Daar had ik niet mee moeten beginnen. Nu kan ik niet meer over iets anders praten.
Een lang grindpad volgt voor ons, vlak voor een ingang naar een klein plekje. Het grind word voor ons steeds breder. Opeens hield het pad op en er lagen alleen zand en steentjes.
Ik installeerde mijn fiets in de fietsenstalling. “Zorgboederij de Koebel” Stond er op een bordje. Koeien stonden te loeien en aten kleine stukjes stro van de berg. Naast de koeien stonden een hele rij paarden. Ze keken Iris met grote kraal oogjes aan.

Ik wist nog hoe het was toen ik Happy voor het eerst zag. Hij was een kop kleiner dan nu en had wat minder spikkeltjes en hij was witter. Hij was heel jong maar toch groter dan mij. Happy keek me met grote bolle oogjes naar me, hij kende me nog niet. Ik aaide hem zachtjes over zijn manen. Hij gromt zachtjes. Ik mocht Happy’s stal uit mesten en hem borstelen. We reden op Happy en we knuffelden Happy.
Na het werken lieten we Happy vrolijk in de wei draven. De wei is heel groot, de hek is omringd door mooie hoge rozen en klimplanten die zich om de hek heen wikkelen. De gras is groen. De lucht is helder blauw. En witte lammetjes wolken zweven voorbij. Happy is er dan heel HAPPY bij en rent vrolijke rondjes en maakt kleine sprongetjes. Dan gaan we achter hem aan.
Wij lachen en springen.

neem je mee,
jou paard
dan kunnen wij vliegen,
over land en aard,
Langs duizend sterren,
En de magische muziek van de wind

Dit Poëzie die ik voor Happy en Iris heb gemaakt hangt nog in mijn kamer...

Iris was even weg en kwam terug met een enorme doos vol borsteltjes, hoevekrabbers en nog veel meer wat een paard nodig had. Iris liet me zien hoe ze hele kleine rondjes moet draaien om de stof los te laten komen, dan zult zij het met een ander borsteltje alles eraf vegen.
“Je mag wel wat steviger drukken hoor!” zei ze terwijl ze hard bezig was. De grote kraalogen van Happy keek ons beiden een voor een aan. En hinnikte tevreden en schudde zijn hele lijf, terwijl haar manen mee wappert. Iris pakte de hoevekrabber. Met de hoevekrabber maakt Iris de hoeven schoon.
“Je moet nooit in het midden gaan krabben, dan gaat het zeer doen” vertelde ze me “Kan je me zo de hooi aan geven?” Ik keek in het rond. Zo hier en dan liepen er loslopende kippen rond die aan alles zaten te pulken, een grote wagen vol spinnenwebben en in een klein hoekje lag een enorme berg hooi.
“Kijk uit voor de vogelpoep!” waarschuwde Iris nog, maar ik had het net gehoord of ik had al een hoop gepakt waar een hoop vogelpoep in lag. Ik liet het verschrikt vallen en pakte een ander hoop. Ik gooide het de stal in en Iris verspreidde het stro.
“Ik had je nog zo gewaarschuwd!” ze lachte tot de tranen in haar ogen stonden. Eigenlijk vind ik het niet zo grappig maar toch is het besmettelijk.
We lachen heel hard, zo hard dat Happy onrustig naar ons kijkt.
Het leek alsof de tijd terug ging naar vroeger...

zondag 5 juli 2009

Klimrek

Met deze verhaal neem ik afscheid met mijn bijna afgelopen kindertijd :-)
PS. Dit is gewoon een roman(als u het wel een roman vind) als er iets is in de verhaal dat u bekendvoorkomt. Dat is dan gewoon toevallig.


1 Te laat

Het is vroeg in de morgen. Het mist een beetje, de douwdruppels glijden van een blaadje. Ik snuif de frisse ochtendlucht op. Met het stuur stevig in mijn handen trap ik door op mijn nieuwe fiets. Hij is paars met een grote blauwe bloem in het midden. En een grote fietstas achterop. En ook nog een blauw mandje voorop!
Mijn moeder had al gezegd dat een fietstas genoeg was, maar een mandje stond gewoon mooi.
Het gras buigt onder mijn wielen.
Een klein boerenerfje komt dichterbij. De paarden houden op met grazen en begroeten mij met een knikje en een hinnikje. Vlug fiets ik door. Een brug kwam me als volgende tegemoet.
Een moeder eend met 10 kleine schattige Baby eendjes zwemmen vlak achter elkaar onder mij door.
Ik zou het liefst in het water springen en een eendje aaien, maar dat kon nou eenmaal niet, nou ja, het kan wel, maar dat zou wel erg zijn. Ik bedoel, je springt in het water alleen om een kleine poep schattige eendje te aaien. Dat zou mooi zijn.
Ik was even gestopt omdat ik tussen de struiken een moeder eend zag broeden. Rustig liep ik door om haar niet te laten schrikken.
Toen moest ik een bult op, daar was een spoorrails.
Helaas klingelt luid de bel en de slagboom ging naar beneden. Een trein kwam langs zoeven. Ik kon de wind voelen.
Een meneer met een pet was een krant aan het lezen, de krant was weggevlogen onder de scherpe trein wielen en scheurde in stukken. De man was niet treurig en pakte gerust nog een uit zijn tas. Ik denk dat hij een kranten bezorger is, want zijn rode schoudertas zit vol kranten.
Ik moest weer door toen de slagbomen weer omhoog gingen.
Achter de spoor is mijn school.

Met een grote boog parkeerde ik mijn fiets in de fietsenstalling. De fietsenstalling is heel klein. Maar gelukkig passen er net de meeste fietsen in.
Boven de fietsenstalling steekt een plat gebouw uit. Op het dak zit een reuze (neppe) kraaiennest. Daarop staat met fleurige letters: O.B.S De Kraaiennest. Zo heet mijn school.
Door grote deuren liep ik naar binnen, nou...liep? Ik rende een beetje omdat ik al te laat was. Mijn school had drie deuren. Eentje voor de kleutergroepen. Eentje voor de middelbouwgroepen. En eentje voor de bovenbouwgroepen. In het midden van de school is de aula. Daar staat een podium die elk feestdag of seizoen wordt versierd, soms word er ook een voorstelling opgegeven. Naast de aula staat een digitaal schoolbord. Er staat ook eentje bij ons in de klas.
Via een raampje zag ik Karin, mijn zusje, aandachtig luisteren naar haar juf. Haar zwarte haren luisteren stilletjes over haar schouders mee. Ik was te laat! Dat was ik even vergeten. Ik liep vlug de klas binnen.

“Kim, dit is niet de eerste keer dat je te laat bent!” zei de meester niet zo erg blij.
Meester Piet was wel aardig en grappig, hij kan ook streng zijn. Maar dat is hij alleen als iemand vervelend doet. Zijn haar is altijd met wat gel in een aantal plukje gestreken. Ik had eerst altijd een juf op maandag alleen zij moest haar officiële diploma nog krijgen, dat was juf Karin.
Zachtjes strompelde ik naar mijn plek naast Rick.
Rick is een jongen met grappige ogen. Hij is maar een jaar ouder dan mij. Iedereen denkt dat ik op hem verliefd ben en andersom, maar we zijn alleen beste vrienden.
Toen ik langs Layla en Tamara kwam lachen ze me zachtjes uit, dat verwachtte ik al maar toch had ik even het gevoel dat mijn hoofd zal ontploffen!!
In godsnaam, ik weet echt, echt niet waarom ze mij beschouwen als een vijand. Terwijl ik niks met hun te maken heb. En trouwens, ik maak ook nooit ruzie met iemand.
Tamara spot steeds met mijn tekening, ze zegt dat ze het raar vind of dat ze niet weet wat het voorstelt. En toen ik mijn inschreef voor een musical stond Layla me stiekem uit te lachen. Zelfs bij mijn spreekbeurt gaven ze iedereen een tien behalve bij mij. Ze gaven mij een 7.
Erger nog, ze hadden, toen ik op vakantie was, mijn kladschrift onder gekliederd en mijn mooiste tekeningen aan elkaar geplakt. Ik dacht eerst zelfs dat Iris het had gedaan!
“Je bent te laat” fluisterde Rick. “Merk ik” antwoordde ik.
“Pak jullie taalboek maar!” meester Piet klapte in zijn handen “Vandaag gaan we het hebben over het stoffelijk bijvoeglijk naamwoord. Wie weet er een?”
De klas bleef stil. De kinderen keken elkaar aan met een gezicht van ‘weet jij er een?’.
Ik kon er zo een heleboel op noemen, maar daar had ik geen zin meer in. Het was zo simpel.
“Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord is bijvoorbeeld: een houten stoel of een leren schoen, wie weet dan wat een zelfstandig naamwoord is?”
Weer bleef het stil...
Wat saai...
Ik tuurde naar buiten. Ik zag mijn fiets staan. Auto’s reden hard voorbij en ouders praten met elkaar...

Ik vloog in de wolken. Ik had een leuk soort spionnenpakje aan. Ik kan heel hoog springen. Paarse wolken zweven voorbij, de frisse wind streelt mijn gezicht. Met mijn pistool vecht ik tegen boeven. En daar zie ik vaag iets bewegen. Een meisje zat in een kooi. Zij had ook zwart haar en een spionnenpakje aan. Ik zag een sleutel. Maar toen kwam er een monster. “PANG!” De monster was verslagen. Toen ik het meisje had bevrijd zei ze tot mijn verbazing .
“Kim, Kim!! Maak je taalles af!” De paarse wolken verdwenen en de lucht werd de klaslokaal.
Rick keek me lachend aan.
Nu hebben we geschiedenis les.
Meester Piet kon prachtig vertellen. Hij vertelde over de oorlogen van Napoleon...

Opeens was ik een prinses in een mooie paarse jurk. Ik zat opgesloten in een eng kasteel. Er hingen skeletten aan de muur en kleine kaarsjes branden en verlichte het kleine vertrek. Grote schilderijen van Napoleon hingen aan de muur. Een grote ketel was in het midden van de kamer. Alle meisje uit mijn klas was ook in een kooi: Samera, Iris, Rosalie, Jamy, Elly, Violinde en Linde. Ze waren ook allemaal prinsessen en een paar waren jonkvrouwen. Layla en Tamara waren gemene heksen. Tamara toverde viola in een kikker. O, arme Viola was helemaal van streek! Maar gelukkig kwamen alle jongens uit mijn klas: Michael, Simon, Peter, Novich, Pieter, David en Rick. Ze versloegen de toverkolen. Toen Rick mij net ging redden uit de kooi en een hand op mijn schouder legde zei hij: “Ga je mee naar buiten?”

Ik werd wakker uit mijn fantasie. “Ga je mee naar buiten?” Vroeg de meester, hij had een hand op mijn schouder gelegd.
Rick zat zoals gewoonlijk op de klimrek. De klimrek is al heel oud. Al vanaf ik hier op school kwam was hij er al. Het had een soort slangenvorm. Het heeft twee bogen. In het midden buigt het omlaag. Er naast is een grote sparrenboom. Als je op een bult staat kan je de tak aanraken.
“Hier ben ik weer!” Riep ik terwijl ik op de klimrek sprong. Rick viel bijna van de klimrek af van de schrik. “Ja, dat zie ik”. Rick maakt altijd grapjes en als ik het lachend navertel lacht hij nog harder dan als hij het zelf verteld.
De wind waait tegen de sparrenboom. Een tak zwiept tussen mij en Rick in.
“Hé tortelduifjes!” riepen Iris en Tamara. Ze holden achter ons aan, “Wanneer gaan jullie zoenen?” riepen ze van ver af. Helaas was de plein niet zo groot en holden we steeds rondjes. “Naar binnen allemaal!” Riep meester Piet.

Eenmaal binnen hoorde ik Samera en Jamy schelden tegen Rosalie. “Ja, en jij dan met je dikke...” Hoorde ik Violinde en Linde schelden. “Rustig meisjes” zei Layla wijs. En Tamara riep “Ja joh” Toen meester dit zag was hij heel erg boos. Je zag bij wijze van spreken bijna de rook uit zijn oren vliegen. “Wat is dit hier?!” Brulde hij als een leeuw. “Zij begon” “Nee zij begon” Hoorde ik alle meisjes door elkaar. Giechelend stonden de jongens te wachten.
“STIL” riep de meester en verzocht dat alle meisjes in een kring moest zitten. Ik dacht dat het wel iets leuks was. Dus ik pakte heel snel mijn stoel en kwam erbij zitten. Maar toen ik alle boze gezichten zag veranderde ik meteen van mening. Langzaam schoof ik weer weg.
“Kim, jij hebt toch niets te maken met de ruzie?” zei meester Piet.

Na een hele tijd had ik al tien tekeningen en een kort verhaal af en nog waren ze niet klaar met uitpraten. “Ik heb hier geen zin meer in!” Riep meester Piet uiteindelijk “We gaan rekenen, we zijn een hoop tijd kwijt.”

zondag 14 juni 2009

Regen

Ik kijk naar buiten, uit het raam, de lucht is grijs, en kleine diamant tranen vallen naar beneden. Ze druppelen langs het kleine bobbeltje in de weg. Tussen de doolhof van straatstenen door, op weg naar het riool.
" Daag Wan-Qing" roepen ze vlak voordat ze worden opgeslokt in de diep duisternis van het riooltunnel.
" Help me toch!"
Ik schrok op, een dame in een fel oranje jurk vervaagd in de harde regenbuien.
Ik trok gauw mijn regenjas aan, en stampte in de plassen, ik keek naar de plek waar de dame stond.
" Ga met ons mee!" riepen de druppeltjes.
" Ga met ons mee Wan-Qing" riep een zoete stem.
" Ik ben veel te groot voor het riool!"
Ik kromp opeens zo erg dat een regendruppel om me heen sloot en me mee bracht naar het enge riool.
Het leek alsof ik in een glazen bol door een spookhuis heen reed.

Een lange witte baard,
half hangend in het rioolwater,
Half blind,
keek de rat mij aan:
" Wie ben jij?"
" Wan-Qing"
" Waar is de wijsheid?"
" Eh.."
" Zoek de weg in jouw hart"

Mijn hoofd voelde groeiend aan.
Mijn handen groeide en groeide.
Ik zat klem tussen de riool muren.
Ik begon te huilen, grote druppels vielen naar beneden.
" Ik wil naar huis!"
Ik sloot mijn ogen en veegde een paar tranen weg.
Met 1 oog zag ik een klein deurtje.
Ik duwde het open.
Ik keek met 1 oog door het deurtje heen.
De deur groeide tot een enorme gat.
Bloemen zwiepen in mijn gezicht, gras kriebelt mijn benen.
Op eens sloot de gat achter me.
Ik sloeg en ik schopte tegen de deur maar hij ging niet open.
Een grote flits verscheen achter me.
" Ik ben de zon, alle vreugde zit hier opgesloten"

" Ik wil naar huis!" huilde ik zacht en liet me omhelzen door de zon. Ik zag haar felle oranje jurk. Zij was de vrouw in de regen!

" Waarom huil je?" vroeg ik.
" Ik ben de regen, waarom is zij een zon, jij een mens en ik de regen?"
Regen barste in snikken uit.
" Laat de vreugde los, je zult de weg in je hart vinden, hoe kom ik thuis?"
" volg je hart"

Even later opende ik mijn ogen, de zon scheen in mijn gezicht, ze lachte!"

Einde

donderdag 21 mei 2009

Een oude man (2)

Een versleten pet,
huilt in de wind,
sneeuw vlokken strelen,
langs zijn lange ongeschoren baard,
een jas met nog maar enkele knopen,
leunend over een oud bankje,
de nacht strijkt langs zijn haren,
een gedachte aan zijn jeugd

De winters maan boven de wolken,
een uil die ademloos volgt,
een traan,
die spoelt over zijn rimpelig gezicht

Het sneeuw valt door en door,
het valt op het stille hekje,
een gil,
zonder geluid,
hij valt

Niemand heeft het gezien,
niemand heeft het gehoord,
en ooit heeft deze nacht,
om een oude man gehuild

vrijdag 15 mei 2009

Een oude man

Een oude man,
hief,
een brief van vijf euro,
trillend in zijn hand,
heeft het brief,
net zoveel rimpels al zijn gezicht

Een oude man,
met altijd een zelfde jas,
nooit blinkt,
of het winter is,
of het zomer is,
het stinkt
(heeft hij het wel ooit gewassen?)

Een oude man,
Hij bestelt alleen maar een bami,
of een soep,
maar krijgt van mijn moeder,
altijd een gratis kroepoek

donderdag 14 mei 2009

Een vrouw met hoge hakken

Een hoed geheven
onder het randje,
rode lippen,
als het ochtendzon

Een lange rode jas ,
Als het eeuwige vuur,
in het duister,
Stevig stapt ze door
tik tak tik tak tik tak

Hoge gebouwen steken boven haar uit,
mensen kijken haar aan,
Een eindeloze straat,
rekt voor haar uit,

ze denkt,
hoeveel mensen zijn er al voorbij?
Hoe ver moet ik nog lopen?
Over toen,
over wat moet komen

Ze liep oneindeloos door,
op haar hoge hakken,
Tik tak tik tak tik tak tik tak tik tak tik tak...