Tussen de bomen op het pad,
zag ik het witte meisje gaan,
geen hond, muis of kat,
zou er iets van snappen
Tussen de bomen op het pad,
zag ik het rode meisje komen,
wijzend met een dreigende vinger,
een schaterlach, daar tussen de bomen
Wapperende haren...
Gebalde vuisten...
Twee snijdende ogen...
Wie luisterd ernaar?
Weg uit de bomen,
Weg van het rood,
het witte meisje komt,
mama neemt me in haar armen,
een huilend hart
dinsdag 9 maart 2010
zondag 21 februari 2010
klimrek
deel 6, Rick
Nou is het de verhaaltjes vakantie! (voor mezelf) Ik ga dus met spoed aan de gang met de volgende klimrek. Nogmaals, als iets bekend voorkomt is het toeval. veel plezier
Nu Yasmine en Luna weg zijn is het akelig stil in huis. Alleen Karin kwam uit haar kamer tevoorschijn. Ze glimlachte ondeugend.
Het is maandag. Ik was precies om half acht wakker geworden, dat gebeurde veel te weinig. Ik ben al bijna jarig. Dan kan ik Luna en Yasmine weer zien. Met deze verfijnde gedachten had ik naar school gefietst.
"Wat fijn dat je vandaag zo vroeg bent, Kim" zegt meester Piet terwijl hij mijn hand schud.
Rick is al op zijn plekje.
"Hai" Ik begon op zijn schouder te kloppen. Hij bewoog zich niet en bleef met zijn hoofd in zijn armen zitten. Dat is eigenlijk geen gewoonte van Rick. Ik keek verbaasd naar hem.
Hij bleef stil. De hele les dacht ik alleen maar aan één ding: 'Wat is er met Rick?'
Meester Piet kwam met een strak gezicht de klas in. Het leek of hij iets te verbergen had. Hij klapte in zijn handen.
,,Iedereen naar buiten!" riep hij. De klas stormde naar buiten. Langzaam strompelde ik achter de andere aan. Meester Piet legde een hand op mijn schouder.
,,Kim, wees voorzichtig met Rick, probeer hem maar te troosten. Is dat goed?" Meester Piet keek bezorgd. Ik zag zijn vertrouwen in me.
Buiten trof ik vallende bloesemblaadjes aan. Het was al bijna het eind van mei. Daar, in de verte zag ik een jongen zitten op ons klimrek. Zijn rug was gebogen, zijn schaduw was zo eenzaam.
Ik klom op de houten balken en rechte mijn rug naast Rick. Samen keken we vooruit, door de bomen en het bos, waar de blauwe hemel schuilt. Een frisse lentewind streek door mijn haren. Zachte roze blaadjes dwarrelde met de wind mee. Ze speelden een spelletje als kinderen. Ze wouden als laatste op de grond terecht komen. Ze dansten en dansten, tot ze moe op mijn schouder rustten, ook op Rick's schouder.
Ik zag zijn rode wangen met vastgekleefde tranen.
,,De bloesemblaadjes, het zijn er zo veel, zij gaan nooit scheiden van elkaar." Weer rolden een paar tranen over Rick's wangen. Die voog hij snel weg.
,,Ze zijn nooit ver weg van elkaar" fluisterde ik ,,Ze worden met dezelfde windvlaag in dezelfde richting geduwd." Ik keek naar voren. Alle bloemblaadjes dansten in het rond en vlogen als een wals heen en weer. Het roze kwam over het zand, de paadjes, de takken en zelfs op de kleinste blaadjes. Er is een nieuwe verse groene blaadje uit de takken gegroeid.
,,Dit noemen ze bloesemsneeuw" Rick lachtte zachtjes. Hij hield zijn hand naar voren en greep een blaadje.
,,Of vallende bloesems" fluisterde ik. Ik keek hem aan. Rick duwde een blaadje in mijn hand en vouwde mijn vingers weer dicht.
,,Als het vallende bloesems waren mocht ik een liefdeswens doen" verlangend keek hij naar de roze hemel.
,,Wat zou jij wensen?" Ik hield mijn knieën vast en blies de bloesems van me vandaan. Er was al eentje op mijn neus gekomen. Rick plukte het van mijn neus en liet het verder in de wind drijven.
,,Ik zou wensen..."Rick sloot zijn ogen en liet een fijne glimlach zien ,,Dat mijn ouders weer bij elkaar waren." Hij plukte twee blaadjes uit de wind en bracht ze bij elkaar. Toen liet hij ze weer in de wind drijven. Gelukkig en vrolijk bleven de twee roze blaadjes arm in arm bij elkaar.
,,En nou is het de beurt van mijn ouders dat weer te doen" Rick liet een paar woedetranen los.
,,Ze hebben me in de steek gelaten, ze wisten niet dat het pijn voor mij zou doen. Ze dachten alleen aan zich zelf" Rick draaide zijn hoofd de andere kant op terwijl de tranen alle kanten uit spoot. Hij veegde zijn tranen weg en draaide zijn hoofd naar voren met een vreemde glimlach. Het zag er meer verdrietig uit dan blij. Het bleef weer stil. Terwijl de roze bloesemblaadjes de wereld roze verven ging het leven door.
Ik gooide mijn tas op de bank.
,,Hoe was het op school liefje?" vroeg mijn moeder. Ik zei niets en schoof aan tafel. Het was al laat. Ik kwam net van muziekles.
,,Rick's ouders zijn gescheiden" zei ik simpelweg. Na het eten wou ik meteen naar bed.
In bed bleef ik heel lang liggen. Het roze bloesemsneeuw viel nog steeds voor mijn ogen. Mijn moeder kwam mijn kamer binnen.
,,Mama..." fluisterde ik zwak en moe.
,,Wat is er?" mijn moeder streek me over mijn haren.
,,Gaan jij en papa ooit scheiden?" vroeg ik angstig.
,,Dat is een vreemde vraag..." zei mijn moeder glimlachend tegen me ,,Ik heb er nog nooit aan gedacht, maar ik zou altijd samen met papa bij jullie blijven"
,,Beloof je dat?"
,,Belooft," ze gaf mij een zoen en deed de lamp dicht ,,Ga nou maar lekker slapen liefje, denk er maar niet aan"
,,En nog iets mama, ik heb een negen voor aardrijkskunde" mijn ogen vielen langzaam dicht.
,,Goed zo, ik ben altijd trots op je, ga nou maar slapen"
Ik heb gedroomd dat Rick weer lachend samen met mij rende naar de klimrek.
Nou is het de verhaaltjes vakantie! (voor mezelf) Ik ga dus met spoed aan de gang met de volgende klimrek. Nogmaals, als iets bekend voorkomt is het toeval. veel plezier
Nu Yasmine en Luna weg zijn is het akelig stil in huis. Alleen Karin kwam uit haar kamer tevoorschijn. Ze glimlachte ondeugend.
Het is maandag. Ik was precies om half acht wakker geworden, dat gebeurde veel te weinig. Ik ben al bijna jarig. Dan kan ik Luna en Yasmine weer zien. Met deze verfijnde gedachten had ik naar school gefietst.
"Wat fijn dat je vandaag zo vroeg bent, Kim" zegt meester Piet terwijl hij mijn hand schud.
Rick is al op zijn plekje.
"Hai" Ik begon op zijn schouder te kloppen. Hij bewoog zich niet en bleef met zijn hoofd in zijn armen zitten. Dat is eigenlijk geen gewoonte van Rick. Ik keek verbaasd naar hem.
Hij bleef stil. De hele les dacht ik alleen maar aan één ding: 'Wat is er met Rick?'
Meester Piet kwam met een strak gezicht de klas in. Het leek of hij iets te verbergen had. Hij klapte in zijn handen.
,,Iedereen naar buiten!" riep hij. De klas stormde naar buiten. Langzaam strompelde ik achter de andere aan. Meester Piet legde een hand op mijn schouder.
,,Kim, wees voorzichtig met Rick, probeer hem maar te troosten. Is dat goed?" Meester Piet keek bezorgd. Ik zag zijn vertrouwen in me.
Buiten trof ik vallende bloesemblaadjes aan. Het was al bijna het eind van mei. Daar, in de verte zag ik een jongen zitten op ons klimrek. Zijn rug was gebogen, zijn schaduw was zo eenzaam.
Ik klom op de houten balken en rechte mijn rug naast Rick. Samen keken we vooruit, door de bomen en het bos, waar de blauwe hemel schuilt. Een frisse lentewind streek door mijn haren. Zachte roze blaadjes dwarrelde met de wind mee. Ze speelden een spelletje als kinderen. Ze wouden als laatste op de grond terecht komen. Ze dansten en dansten, tot ze moe op mijn schouder rustten, ook op Rick's schouder.
Ik zag zijn rode wangen met vastgekleefde tranen.
,,De bloesemblaadjes, het zijn er zo veel, zij gaan nooit scheiden van elkaar." Weer rolden een paar tranen over Rick's wangen. Die voog hij snel weg.
,,Ze zijn nooit ver weg van elkaar" fluisterde ik ,,Ze worden met dezelfde windvlaag in dezelfde richting geduwd." Ik keek naar voren. Alle bloemblaadjes dansten in het rond en vlogen als een wals heen en weer. Het roze kwam over het zand, de paadjes, de takken en zelfs op de kleinste blaadjes. Er is een nieuwe verse groene blaadje uit de takken gegroeid.
,,Dit noemen ze bloesemsneeuw" Rick lachtte zachtjes. Hij hield zijn hand naar voren en greep een blaadje.
,,Of vallende bloesems" fluisterde ik. Ik keek hem aan. Rick duwde een blaadje in mijn hand en vouwde mijn vingers weer dicht.
,,Als het vallende bloesems waren mocht ik een liefdeswens doen" verlangend keek hij naar de roze hemel.
,,Wat zou jij wensen?" Ik hield mijn knieën vast en blies de bloesems van me vandaan. Er was al eentje op mijn neus gekomen. Rick plukte het van mijn neus en liet het verder in de wind drijven.
,,Ik zou wensen..."Rick sloot zijn ogen en liet een fijne glimlach zien ,,Dat mijn ouders weer bij elkaar waren." Hij plukte twee blaadjes uit de wind en bracht ze bij elkaar. Toen liet hij ze weer in de wind drijven. Gelukkig en vrolijk bleven de twee roze blaadjes arm in arm bij elkaar.
,,En nou is het de beurt van mijn ouders dat weer te doen" Rick liet een paar woedetranen los.
,,Ze hebben me in de steek gelaten, ze wisten niet dat het pijn voor mij zou doen. Ze dachten alleen aan zich zelf" Rick draaide zijn hoofd de andere kant op terwijl de tranen alle kanten uit spoot. Hij veegde zijn tranen weg en draaide zijn hoofd naar voren met een vreemde glimlach. Het zag er meer verdrietig uit dan blij. Het bleef weer stil. Terwijl de roze bloesemblaadjes de wereld roze verven ging het leven door.
Ik gooide mijn tas op de bank.
,,Hoe was het op school liefje?" vroeg mijn moeder. Ik zei niets en schoof aan tafel. Het was al laat. Ik kwam net van muziekles.
,,Rick's ouders zijn gescheiden" zei ik simpelweg. Na het eten wou ik meteen naar bed.
In bed bleef ik heel lang liggen. Het roze bloesemsneeuw viel nog steeds voor mijn ogen. Mijn moeder kwam mijn kamer binnen.
,,Mama..." fluisterde ik zwak en moe.
,,Wat is er?" mijn moeder streek me over mijn haren.
,,Gaan jij en papa ooit scheiden?" vroeg ik angstig.
,,Dat is een vreemde vraag..." zei mijn moeder glimlachend tegen me ,,Ik heb er nog nooit aan gedacht, maar ik zou altijd samen met papa bij jullie blijven"
,,Beloof je dat?"
,,Belooft," ze gaf mij een zoen en deed de lamp dicht ,,Ga nou maar lekker slapen liefje, denk er maar niet aan"
,,En nog iets mama, ik heb een negen voor aardrijkskunde" mijn ogen vielen langzaam dicht.
,,Goed zo, ik ben altijd trots op je, ga nou maar slapen"
Ik heb gedroomd dat Rick weer lachend samen met mij rende naar de klimrek.
zondag 14 februari 2010
Klimrek
deel 5, Luna en Yasmine 2
Het heeft verschrikkelijk lang geduurd, maar nu de Cito voorbij is begin ik weer te schrijven. Ik hoop dat jullie geduld niet op is, ik ga meer schrijven. Veel plezier met de vijfde deel van Klimrek!
Langzaam verschoof de wijzer naar de twaalf. Eindelijk zou het dan weekend zijn.
,,Heb jij al..." ik draaide mijn hoofd opzij, maar er zat niemand. Rick is er de hele dag niet geweest, zal hij... Nee, ik schudde mijn hoofd, hoe durfde ik zoiets te bedenken. Ik liet me niet storen door die gedachten en ging verder aan mijn taalwerk. Al toen ik twee woorden verder was begonnen loeiende sirenes in mijn hoofd te rijden. Ik zag vele mensen verbaasd kijken. Ondanks de menigte kon ik toch alles zien. Ik zag net dat iemand de ambulance in werd gedragen. Een roodkleurige traan viel naar beneden. Het spatte op de grond.
,,Goed kinderen, alles wat je niet af hebt maken jullie maar in de weekend, stoppen nu!!" Meester Piet klapte in zijn handen. Alle kinderen hieven hun hoofden op. Ze waren veschrikkelijk blij.
,,Goed kinderen, juf Karin komt maandag op bezoek, ik wil dat jullie de laatste tien minuten de klas gaan vegen en dat jullie de kasten op gaan ruimen. Aan de slag!" meester Piet leek opgewonden. Layla fluisterde grijnzend tegen Tamara. Langzaam sloot ik mijn taalboek en begon de bezem te pakken. Overal begonnen kinderen op te ruimen. De boeken werden recht gezet, de klas werd geveegd en de planten kregen water. Iedereen zag uit naar de komst van de geliefde juf Karin. Alleen Novic en Pieter stonden gek te doen. Novic deed een robot na en Pieter klom op de tafels en sprong. Tamara lachtte om die twee.
,,NOVIC EN PIETER! Stelletje lafkou... Potverdorie vanwege jullie ga ik schelden ook! Stop! Allebei, ga aan de slag, ik hoop dat jullie geen plannen hebben na school?" Meester Piet glimlachte vals. Toen ik de laatste zandkorrels bij elkaar had geveegd was het twaalf uur. Uit mijn la haalde ik Rick's pen. Ik stopte het in zijn laatje. Ik glimlachte vaag, als er maar niks gebeurt is met hem...
Ik zag mijn huis dichterbij komen. Ik parkeerde mijn fiets in de voortuin. Uit mijn zak haalde ik de huissleutel. Toen de deur geopend was, was het verdacht stil in huis. Uit de keuken hoorde ik het fornuis aanstaan. In de keuken was mijn moeder aan het koken. Ze draaide zich om en glimlachte breed.
,,Ik heb een verassing voor je" Op dat moment sprongen Luna en Yasmine vanachter de keukentafel.
,,LUNA, YASMINE!" Ik viel in hun armen. Ze lachtten. We stoven de trap op en gingen zitten in mijn kamer. Ik sloot de deur. Yasmine liet haar logeertas zien. Ze haalde haar nintendo DS eruit. Luna ook. Meteen begonnen ze te spelen. Ik zat er versufd bij.
,,Gaan we niet eerst kletsen of zo?" vroeg ik.
,,Stil, ik heb Yoshi bijna verslagen" riep Yasmine. Ze drukte hevig op de toetsen.
,,Waarover?" vroeg Luna die haar nintendo sloot.
,,Over iets, moppen of wat je hebt beleefd?" ik draaide met mijn vinger over de vloer.
,,Nou, ik zag laatst een man in de bibliotheek, hij had een krant vast." ik lachte.
,,Wat is daar zo belangrijk aan?" lachte Luna. Yasmine had de nintendo ook gesloten en kwam erbij zitten.
,,Weet je wat er gebeurt is?" Yasmine lachte ,,Nou, Luna en ik liepen langs de sloot en ontdekken een brug. Dat brug leidde naar een groot grasveld. Daar was een hut. Dat hut was gemaakt van oude dingen. Er zat een porseleinen pop in een gat wat de raam betekende. Verderop was een plek waar heel veel boompjes met besjes groeide. Ver weg zag ik een boer aanrennen. Hij was kwaad. We verstopten ons in de hut. Omdat er een sloot tussen de boer en ons was kon hij niet bij ons. Toen hij weg was kwamen we uit de hut en renden we naar huis, toch Luna?" Yasmine keek Luna aan. Luna keek mij aan. Ik keek naar de klok, het was 6 uur.
,,Komen jullie eten?" werd er geroepen. We renden nar beneden. Aangetrokken door de heerlijke geur van aardappels.
Het heeft verschrikkelijk lang geduurd, maar nu de Cito voorbij is begin ik weer te schrijven. Ik hoop dat jullie geduld niet op is, ik ga meer schrijven. Veel plezier met de vijfde deel van Klimrek!
Langzaam verschoof de wijzer naar de twaalf. Eindelijk zou het dan weekend zijn.
,,Heb jij al..." ik draaide mijn hoofd opzij, maar er zat niemand. Rick is er de hele dag niet geweest, zal hij... Nee, ik schudde mijn hoofd, hoe durfde ik zoiets te bedenken. Ik liet me niet storen door die gedachten en ging verder aan mijn taalwerk. Al toen ik twee woorden verder was begonnen loeiende sirenes in mijn hoofd te rijden. Ik zag vele mensen verbaasd kijken. Ondanks de menigte kon ik toch alles zien. Ik zag net dat iemand de ambulance in werd gedragen. Een roodkleurige traan viel naar beneden. Het spatte op de grond.
,,Goed kinderen, alles wat je niet af hebt maken jullie maar in de weekend, stoppen nu!!" Meester Piet klapte in zijn handen. Alle kinderen hieven hun hoofden op. Ze waren veschrikkelijk blij.
,,Goed kinderen, juf Karin komt maandag op bezoek, ik wil dat jullie de laatste tien minuten de klas gaan vegen en dat jullie de kasten op gaan ruimen. Aan de slag!" meester Piet leek opgewonden. Layla fluisterde grijnzend tegen Tamara. Langzaam sloot ik mijn taalboek en begon de bezem te pakken. Overal begonnen kinderen op te ruimen. De boeken werden recht gezet, de klas werd geveegd en de planten kregen water. Iedereen zag uit naar de komst van de geliefde juf Karin. Alleen Novic en Pieter stonden gek te doen. Novic deed een robot na en Pieter klom op de tafels en sprong. Tamara lachtte om die twee.
,,NOVIC EN PIETER! Stelletje lafkou... Potverdorie vanwege jullie ga ik schelden ook! Stop! Allebei, ga aan de slag, ik hoop dat jullie geen plannen hebben na school?" Meester Piet glimlachte vals. Toen ik de laatste zandkorrels bij elkaar had geveegd was het twaalf uur. Uit mijn la haalde ik Rick's pen. Ik stopte het in zijn laatje. Ik glimlachte vaag, als er maar niks gebeurt is met hem...
Ik zag mijn huis dichterbij komen. Ik parkeerde mijn fiets in de voortuin. Uit mijn zak haalde ik de huissleutel. Toen de deur geopend was, was het verdacht stil in huis. Uit de keuken hoorde ik het fornuis aanstaan. In de keuken was mijn moeder aan het koken. Ze draaide zich om en glimlachte breed.
,,Ik heb een verassing voor je" Op dat moment sprongen Luna en Yasmine vanachter de keukentafel.
,,LUNA, YASMINE!" Ik viel in hun armen. Ze lachtten. We stoven de trap op en gingen zitten in mijn kamer. Ik sloot de deur. Yasmine liet haar logeertas zien. Ze haalde haar nintendo DS eruit. Luna ook. Meteen begonnen ze te spelen. Ik zat er versufd bij.
,,Gaan we niet eerst kletsen of zo?" vroeg ik.
,,Stil, ik heb Yoshi bijna verslagen" riep Yasmine. Ze drukte hevig op de toetsen.
,,Waarover?" vroeg Luna die haar nintendo sloot.
,,Over iets, moppen of wat je hebt beleefd?" ik draaide met mijn vinger over de vloer.
,,Nou, ik zag laatst een man in de bibliotheek, hij had een krant vast." ik lachte.
,,Wat is daar zo belangrijk aan?" lachte Luna. Yasmine had de nintendo ook gesloten en kwam erbij zitten.
,,Weet je wat er gebeurt is?" Yasmine lachte ,,Nou, Luna en ik liepen langs de sloot en ontdekken een brug. Dat brug leidde naar een groot grasveld. Daar was een hut. Dat hut was gemaakt van oude dingen. Er zat een porseleinen pop in een gat wat de raam betekende. Verderop was een plek waar heel veel boompjes met besjes groeide. Ver weg zag ik een boer aanrennen. Hij was kwaad. We verstopten ons in de hut. Omdat er een sloot tussen de boer en ons was kon hij niet bij ons. Toen hij weg was kwamen we uit de hut en renden we naar huis, toch Luna?" Yasmine keek Luna aan. Luna keek mij aan. Ik keek naar de klok, het was 6 uur.
,,Komen jullie eten?" werd er geroepen. We renden nar beneden. Aangetrokken door de heerlijke geur van aardappels.
zaterdag 9 januari 2010
In de wachtkamer
'Dit heb ik erop gezet wegens verzoek van mijn directeur, ik heb het oorspronkelijk geschreven voor 'Write up! Aan het woord! Rivierenland.' Ik had dit verhaal op het laatste moment geschreven dus had ik veel haast.Veel plezier'
Vastberaden zat ze rustig op het witte stoffen bankje in de wachtkamer. In de wachtkamer was het enige licht een paar zonnestralen die naar binnen schenen. Je hoorde er alleen maar het omslaan van bladzijden. En gesnuif van verkouden neuzen. Als je door het kleine raampje naar buiten gluurde zag je lichte sneeuw. De laatste sporen van de winter. Er groeide een klein bloemetje tussen de tegels.
Haar bloedrode lippen bewogen rustig op en neer door de woorden die ze in haar hoofd las. Haar benen waren gekruist als een nette dame, maar straks, straks zou ze eindelijk afscheid kunnen nemen van de nette beschaving, afscheid nemen van de doodstille ruimte. Ze moest maar even recht zitten, ze moest meer even net zitten. Ze moest zacht praten . Oh wat zou ze graag eens lekker vals willen zingen door de kamer,even alles roepen wat een deftige dame nooit zegt. Even haar lichaam de vrije loop geven. Even een keer zich vrij voelen. Dat zou ze graag willen doen...
Even keek ze op. Bleef kijken naar een schilderij aan de muur. Het was een angstaanjagende tijger. Zijn klauwen waren gescherpt. De ogen keken geniepig terug. Hij kwam uit de struiken stappen. Zijn zandkleurige buik sleepte door de modder. De lianen weken uiteen voor hem. De bladeren maakten plaats voor zijn grote kop. Zijn strepen staken hoog boven de struiken uit. Als een kat die zijn rug hoog opzet en briest. Oh, wat werd ze hier zenuwachtig van. Haar benen trilden licht. Er kwam een lichte angst naar boven bij haar, maar ook een zware klank van avontuur.
In haar nek kriebelde het rode haar van een oud vrouwtje naast haar. Haar rode klos haar stak alle kanten op. Ze zag eruit als haar buurvrouw. Die buurvrouw die haar niet eens herkende toen ze samen toevallig in de cafetaria waren! Ja, zo zijn die mensen van die drukke stad.
Zoals die hoge gebouwen, de beleefdheid van mensen tegen elkaar. “Wat zie je der leuk uit!” zegt iemand misschien tegen jouw, maar wat denkt die wel niet? Natuurlijk! In zijn kleine hersenbol speelt een andere zin: “Heeft ze die jurk bij die circus gekocht ofzo?”.
Voorzichtig, om het oude vrouwtje naast haar, niet te kwetsen schoof ze een eindje op. Waardoor ze helemaal tegen de muur gedrukt werd. Zo bleef ze een tijdje zitten tot er: “Mevrouw Hakkerma wilt u in zaal 4 komen?” geroepen werd. Op dat moment stond het oude vrouwtje langzaam op. Zij, die tegen de muur gedrukt zat, hielp het oude vrouwtje uit medelijden. Het vrouwtje keek haar met vriendelijke ogen aan dat haar deed denken aan de valse vriendelijke ogen van de heks van Hans en Grietje. Sinds wanneer ben ik zo argwanend? Ze lachte zichzelf uit, knikte en ging weer rustig zitten, pakte de krant met beide handen en las rustig verder. Haar benen wiebelde in een onbekend melodietje. Haar ogen vielen rustig dicht...
Haar wildernis instinct sloeg op hol. Langzaam gingen haar ogen open. Lianen slingeren om haar heen.
“Dit is pas leven, Melissa” zei ze vrolijk tegen zich zelf, maar toch sloeg de angst om haar heen. Haar donkerblonde golvende en licht krullende haar hing in slierten om haar heen. Met een ruk gooide ze haar prachtige leren jas uit tussen de bladeren op de vieze grond. Schoppend schopte ze haar ene laars uit en daarna de andere. Ze had alleen nog meer een fris topje en een broekje over. Haar lokken die in een paardenstaart was gebonden deed ze los en gooide het elastiekje bij de andere op de grond. Haar ene voet zakte half weg in de modder. Ze trok zichzelf aan een liaan omhoog.
“Kom op Melissa,” Sprak ze weer tegen zichzelf “Je hebt niet voor niets al die Euris weggegeven voor die ‘cursus overleven’” En trok harder aan de liaan waardoor die knapte en zo viel ze weer in de modder. Haar donkerblonde haren waren modderbruin geworden. Haar lichte blosjes waren overdekt met modder. De modder viel haar kleren binnen. Ze hees zichzelf met haar handen omhoog en stond een even later weer met een vieze modderblad in haar handen. Dat gooide ze over haar schouders naar achteren.
“Meneer Wijnstra, wilt u naar zaal 6 komen?” Haar fantasie werd gestopt. Een man met een echte ‘senior-snor’ stapte trots van zijn zitplaats en liep de deur uit.
Is ie van binnen net zo sterk als van buiten? Mensen moeten zichzelf af en toe maskeren...
En wie geeft jouw een schouder als je een zwaar moment hebt en even wilt leunen?
Het frisse groen overwon haar. Het nette dame in haar vervaagde. Haar krullen plakte aan haar gezicht. De zon streek zachtjes de hele jungle weer netjes groen. De wind blies de jungle helemaal fris. De dieren in de jungle zorgden voor een prachtige koor door de jungle. Ze was verschrikkelijk verrukt van de avontuurlijke leven in de jungle. Op haar gezicht stond een klein grappig lachje. Haar hart klopte nu moedig in haar keel. Met een hand veegde ze de lokken haar uit haar gezicht. Haar ogen rolden van de inspanning. Gauw verzamelde ze het meest geschikte hout om een ruwe hut te maken. De maan kwam langzaam de hemel in. Met een paar lianen en wat draden van de wortels van de bomen, maakte ze een ruw hutje in elkaar. Haar moedige stemming was al lang gezakt en haar angst kwam opdagen. Geritsel klonk er uit de struiken. Gele ogen keken haar vanuit het donkere groen aan. Een gescherpte klauw kwam geruisloos uit de struiken. Aan zijn hoog opgezette rug kon je scherp zijn felle zwarte strepen zien. Zijn zware buik die vast net een hert had verorberd gleed met moeite over de grond. Ze stond versteend. Vast genageld aan de grond. Maar zo moedig als ze kon bleef ze de tijger recht in de ogen kijken.
“Dit red je wel Melissa meid” Zei ze tegen zichzelf. De tijger hield nu een bekende pose vast. En bleef zo staan...
“Wilt Melissa Hastren zich misschien melden bij zaal 3? Sorry voor het lange wachten” Klonk het door de wachtkamer.
Langzaam deed ze haar ogen open. Langzaam kwam de wachtkamer in beeld. De witte muur. De banken en stoelen. De lege kamer. Het schilderij... De ogen van de tijger keken nog steeds naar haar. Angstaanjagend, maar op veilige afstand.
Ze liep de wachtkamer uit, naar zaal 3. Zo recht als een deftige dame...
Vastberaden zat ze rustig op het witte stoffen bankje in de wachtkamer. In de wachtkamer was het enige licht een paar zonnestralen die naar binnen schenen. Je hoorde er alleen maar het omslaan van bladzijden. En gesnuif van verkouden neuzen. Als je door het kleine raampje naar buiten gluurde zag je lichte sneeuw. De laatste sporen van de winter. Er groeide een klein bloemetje tussen de tegels.
Haar bloedrode lippen bewogen rustig op en neer door de woorden die ze in haar hoofd las. Haar benen waren gekruist als een nette dame, maar straks, straks zou ze eindelijk afscheid kunnen nemen van de nette beschaving, afscheid nemen van de doodstille ruimte. Ze moest maar even recht zitten, ze moest meer even net zitten. Ze moest zacht praten . Oh wat zou ze graag eens lekker vals willen zingen door de kamer,even alles roepen wat een deftige dame nooit zegt. Even haar lichaam de vrije loop geven. Even een keer zich vrij voelen. Dat zou ze graag willen doen...
Even keek ze op. Bleef kijken naar een schilderij aan de muur. Het was een angstaanjagende tijger. Zijn klauwen waren gescherpt. De ogen keken geniepig terug. Hij kwam uit de struiken stappen. Zijn zandkleurige buik sleepte door de modder. De lianen weken uiteen voor hem. De bladeren maakten plaats voor zijn grote kop. Zijn strepen staken hoog boven de struiken uit. Als een kat die zijn rug hoog opzet en briest. Oh, wat werd ze hier zenuwachtig van. Haar benen trilden licht. Er kwam een lichte angst naar boven bij haar, maar ook een zware klank van avontuur.
In haar nek kriebelde het rode haar van een oud vrouwtje naast haar. Haar rode klos haar stak alle kanten op. Ze zag eruit als haar buurvrouw. Die buurvrouw die haar niet eens herkende toen ze samen toevallig in de cafetaria waren! Ja, zo zijn die mensen van die drukke stad.
Zoals die hoge gebouwen, de beleefdheid van mensen tegen elkaar. “Wat zie je der leuk uit!” zegt iemand misschien tegen jouw, maar wat denkt die wel niet? Natuurlijk! In zijn kleine hersenbol speelt een andere zin: “Heeft ze die jurk bij die circus gekocht ofzo?”.
Voorzichtig, om het oude vrouwtje naast haar, niet te kwetsen schoof ze een eindje op. Waardoor ze helemaal tegen de muur gedrukt werd. Zo bleef ze een tijdje zitten tot er: “Mevrouw Hakkerma wilt u in zaal 4 komen?” geroepen werd. Op dat moment stond het oude vrouwtje langzaam op. Zij, die tegen de muur gedrukt zat, hielp het oude vrouwtje uit medelijden. Het vrouwtje keek haar met vriendelijke ogen aan dat haar deed denken aan de valse vriendelijke ogen van de heks van Hans en Grietje. Sinds wanneer ben ik zo argwanend? Ze lachte zichzelf uit, knikte en ging weer rustig zitten, pakte de krant met beide handen en las rustig verder. Haar benen wiebelde in een onbekend melodietje. Haar ogen vielen rustig dicht...
Haar wildernis instinct sloeg op hol. Langzaam gingen haar ogen open. Lianen slingeren om haar heen.
“Dit is pas leven, Melissa” zei ze vrolijk tegen zich zelf, maar toch sloeg de angst om haar heen. Haar donkerblonde golvende en licht krullende haar hing in slierten om haar heen. Met een ruk gooide ze haar prachtige leren jas uit tussen de bladeren op de vieze grond. Schoppend schopte ze haar ene laars uit en daarna de andere. Ze had alleen nog meer een fris topje en een broekje over. Haar lokken die in een paardenstaart was gebonden deed ze los en gooide het elastiekje bij de andere op de grond. Haar ene voet zakte half weg in de modder. Ze trok zichzelf aan een liaan omhoog.
“Kom op Melissa,” Sprak ze weer tegen zichzelf “Je hebt niet voor niets al die Euris weggegeven voor die ‘cursus overleven’” En trok harder aan de liaan waardoor die knapte en zo viel ze weer in de modder. Haar donkerblonde haren waren modderbruin geworden. Haar lichte blosjes waren overdekt met modder. De modder viel haar kleren binnen. Ze hees zichzelf met haar handen omhoog en stond een even later weer met een vieze modderblad in haar handen. Dat gooide ze over haar schouders naar achteren.
“Meneer Wijnstra, wilt u naar zaal 6 komen?” Haar fantasie werd gestopt. Een man met een echte ‘senior-snor’ stapte trots van zijn zitplaats en liep de deur uit.
Is ie van binnen net zo sterk als van buiten? Mensen moeten zichzelf af en toe maskeren...
En wie geeft jouw een schouder als je een zwaar moment hebt en even wilt leunen?
Het frisse groen overwon haar. Het nette dame in haar vervaagde. Haar krullen plakte aan haar gezicht. De zon streek zachtjes de hele jungle weer netjes groen. De wind blies de jungle helemaal fris. De dieren in de jungle zorgden voor een prachtige koor door de jungle. Ze was verschrikkelijk verrukt van de avontuurlijke leven in de jungle. Op haar gezicht stond een klein grappig lachje. Haar hart klopte nu moedig in haar keel. Met een hand veegde ze de lokken haar uit haar gezicht. Haar ogen rolden van de inspanning. Gauw verzamelde ze het meest geschikte hout om een ruwe hut te maken. De maan kwam langzaam de hemel in. Met een paar lianen en wat draden van de wortels van de bomen, maakte ze een ruw hutje in elkaar. Haar moedige stemming was al lang gezakt en haar angst kwam opdagen. Geritsel klonk er uit de struiken. Gele ogen keken haar vanuit het donkere groen aan. Een gescherpte klauw kwam geruisloos uit de struiken. Aan zijn hoog opgezette rug kon je scherp zijn felle zwarte strepen zien. Zijn zware buik die vast net een hert had verorberd gleed met moeite over de grond. Ze stond versteend. Vast genageld aan de grond. Maar zo moedig als ze kon bleef ze de tijger recht in de ogen kijken.
“Dit red je wel Melissa meid” Zei ze tegen zichzelf. De tijger hield nu een bekende pose vast. En bleef zo staan...
“Wilt Melissa Hastren zich misschien melden bij zaal 3? Sorry voor het lange wachten” Klonk het door de wachtkamer.
Langzaam deed ze haar ogen open. Langzaam kwam de wachtkamer in beeld. De witte muur. De banken en stoelen. De lege kamer. Het schilderij... De ogen van de tijger keken nog steeds naar haar. Angstaanjagend, maar op veilige afstand.
Ze liep de wachtkamer uit, naar zaal 3. Zo recht als een deftige dame...
donderdag 24 december 2009
Sneeuw
S neeuw laat een spoor achter,
N iemand die het begrijpt, laat
E r toch iemand zijn, ver
E rgens anders, die
U en ons niet langer laten
W achten met een vraag
N iemand die het begrijpt, laat
E r toch iemand zijn, ver
E rgens anders, die
U en ons niet langer laten
W achten met een vraag
zondag 29 november 2009
Klimrek
4. In bed
Donker en stil... ik lig in bed. Mijn dekens hoog opgetrokken. Ik kijk recht in de ogen van mijn statige, hoge 'brombeer'. Ik sluit mijn ogen, met de plan het pas open te doen als de zon weer schijnt en de wekker dat irritante gepiep laat horen. Aandachtig luister ik naar de regen tegen het raam, het onweer dat dondert, de bliksems die veel verwoesten. 'Als de dijken het maar houden' speelt het steeds in mijn hoofd, tot ik het in de werkelijk hoorde. Op slag sloeg ik mijn ogen open. Vaag zie ik de kast, de deur, het raam, het schuine dak...
"Wie zei het?" vroeg ik. Ik draaide mijn hoofd een andere richting op.
"Niemand"hoorde ik en mijn lippen gingen weer verder.
"Wie zei het? Niemand, als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand al... HOU OP!"
De stem dat op drie verschillende stemmen leek, verdwenen als op orde van de vierde stem.
Mijn hoofd verdween weer in het dons van mijn kussen. Door die woordspel moest ik denken aan een zin: "Waar ben jij? Hier ben ik! Waar ben jij? Hier ben ik!" Ik dacht aan Niels Holgersson die in een kabouter veranderde. En Maarten de witte ganzerik en zijn vrouw Donsje en de zeven kleine gansjes, Asa het ganzenhoedstertje en de kleine Mads. Ik dacht aan Akka van Kebnekaise en Yksi, Kaksi, Kolme, Nelljä, Viisi en Kuusi. Aan Smirre de vos die aan de ketting gelegd werd. Aan de geschiedenissen die zich hadden afgespeeld in het boek. Dank je bibliotheek voor het mooie boek. Oh Ja! De bibliotheek! Ik moet Harry Potter en de Steen der Wijze nog ophalen van de reservering. Nou ja morgen dan. Ik weet trouwens weinig over Harry Potter. Alleen dat hij een leerling is op...Zwijnstein? En... Oh morgen de toets al? Even denken Rom is de hoofdstad van Italië en de hoofdstad van Oostenrijk is...Wenen? Waar maak ik me toch zo druk om? Ja tuurlijk! Morgen druk,druk,druk. Toets, een overhoring, SPREEKBEURT!! Oh man. goed kalmeer, Wat nog meer? Ah Rick zijn pen teruggeven, Luna en Yas... LUNA en YASMINE! JOEPIE! Uit vreugde sprong ik uit bed en danste een rondje tot mijn voeten waren bevroren en ik weer in bed sprong. Luna en Yasmine... Moest ik die prinsessen blad over Yasmine niet terug aan mijn zusje geven? Morgen, alles morgen... dacht ik nog. Ik sloot mijn ogen en droomde...
Donker en stil... ik lig in bed. Mijn dekens hoog opgetrokken. Ik kijk recht in de ogen van mijn statige, hoge 'brombeer'. Ik sluit mijn ogen, met de plan het pas open te doen als de zon weer schijnt en de wekker dat irritante gepiep laat horen. Aandachtig luister ik naar de regen tegen het raam, het onweer dat dondert, de bliksems die veel verwoesten. 'Als de dijken het maar houden' speelt het steeds in mijn hoofd, tot ik het in de werkelijk hoorde. Op slag sloeg ik mijn ogen open. Vaag zie ik de kast, de deur, het raam, het schuine dak...
"Wie zei het?" vroeg ik. Ik draaide mijn hoofd een andere richting op.
"Niemand"hoorde ik en mijn lippen gingen weer verder.
"Wie zei het? Niemand, als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand als de dijken het maar houden. Wie zei het? Niemand al... HOU OP!"
De stem dat op drie verschillende stemmen leek, verdwenen als op orde van de vierde stem.
Mijn hoofd verdween weer in het dons van mijn kussen. Door die woordspel moest ik denken aan een zin: "Waar ben jij? Hier ben ik! Waar ben jij? Hier ben ik!" Ik dacht aan Niels Holgersson die in een kabouter veranderde. En Maarten de witte ganzerik en zijn vrouw Donsje en de zeven kleine gansjes, Asa het ganzenhoedstertje en de kleine Mads. Ik dacht aan Akka van Kebnekaise en Yksi, Kaksi, Kolme, Nelljä, Viisi en Kuusi. Aan Smirre de vos die aan de ketting gelegd werd. Aan de geschiedenissen die zich hadden afgespeeld in het boek. Dank je bibliotheek voor het mooie boek. Oh Ja! De bibliotheek! Ik moet Harry Potter en de Steen der Wijze nog ophalen van de reservering. Nou ja morgen dan. Ik weet trouwens weinig over Harry Potter. Alleen dat hij een leerling is op...Zwijnstein? En... Oh morgen de toets al? Even denken Rom is de hoofdstad van Italië en de hoofdstad van Oostenrijk is...Wenen? Waar maak ik me toch zo druk om? Ja tuurlijk! Morgen druk,druk,druk. Toets, een overhoring, SPREEKBEURT!! Oh man. goed kalmeer, Wat nog meer? Ah Rick zijn pen teruggeven, Luna en Yas... LUNA en YASMINE! JOEPIE! Uit vreugde sprong ik uit bed en danste een rondje tot mijn voeten waren bevroren en ik weer in bed sprong. Luna en Yasmine... Moest ik die prinsessen blad over Yasmine niet terug aan mijn zusje geven? Morgen, alles morgen... dacht ik nog. Ik sloot mijn ogen en droomde...
woensdag 28 oktober 2009
Stoel
Stevig sta ik,
met mijn houten bestaan,
op vier poten,
toch wil ik nooit gaan
Ik sta altijd op wacht,
Op herinneringen uit het verleden,
Overdag en in de nacht,
De toekomst en heden
De klok draait,
met zijn wijzers,
Tiktaktiktak...
Enkele rondjes
Ik kword vermijd,
Dan zou je denken,
dat ik oud word,
en verslijt
met mijn houten bestaan,
op vier poten,
toch wil ik nooit gaan
Ik sta altijd op wacht,
Op herinneringen uit het verleden,
Overdag en in de nacht,
De toekomst en heden
De klok draait,
met zijn wijzers,
Tiktaktiktak...
Enkele rondjes
Ik kword vermijd,
Dan zou je denken,
dat ik oud word,
en verslijt
Abonneren op:
Posts (Atom)