Mijn Wineas Glassias
Kwetsbaar is jouw glas
Met rode drank, vul ik jou
Rood als mijn bloed
Rood als jouw vuur
Is nu as
Mijn gezicht weerspiegelt
In jouw glans
Bij wie maak ik nu
Nog een kans
En nog steeds ben jij
Ondoorzichtig
Onaangeroerd
Sta jij daar
Ik ben klaar
Sta op
Het licht gaat uit
Nog steeds niet
Ben jij aangeraakt
woensdag 9 november 2011
zaterdag 29 oktober 2011
Wie is Hij?
Wie is Hij?
Weet Hij hoe je heet?
Weet Hij waar je woont?
Weet Hij van wie je houdt?
Weet Hij wat je doet?
Weet Hij wat je denkt?
Weet Hij... wie je bent?
Weet Jij... wie je bent?
Weet Hij hoe je heet?
Weet Hij waar je woont?
Weet Hij van wie je houdt?
Weet Hij wat je doet?
Weet Hij wat je denkt?
Weet Hij... wie je bent?
Weet Jij... wie je bent?
Tekenen
De radio aan
Een rustig liedje
Met een potlood in mijn hand
Lijnen op papier
Zet ik mijn gedachtestroom vast
In een vreemde taal
Met de tonen in mijn hoofd
De betekenis in mijn hand
In mijn oren
De geluiden die
Een cello maakt
In lijnen en bogen
Wil ik meer
Dan ik met woorden
Zal kunnen zeggen
Een rustig liedje
Met een potlood in mijn hand
Lijnen op papier
Zet ik mijn gedachtestroom vast
In een vreemde taal
Met de tonen in mijn hoofd
De betekenis in mijn hand
In mijn oren
De geluiden die
Een cello maakt
In lijnen en bogen
Wil ik meer
Dan ik met woorden
Zal kunnen zeggen
vrijdag 30 september 2011
Als...
Als daar buiten op het gras
Ooit iemand hetzelfde liep
Als ik hier loop
Genietend van de zon
En het dauw langs mijn tenen
Als daar onder die appelboom
Ooit iemand hetzelfde zat
Als ik hier zat
Lezend uit mijn boek
Met een vlinder op mijn schouder
Als hier in mijn hoofd
Ooit iemand hetzelfde dacht
Als ik hier dacht
Misschien ooit
Jaren geleden…
Zou dat mogelijk zijn?
Ooit iemand hetzelfde liep
Als ik hier loop
Genietend van de zon
En het dauw langs mijn tenen
Als daar onder die appelboom
Ooit iemand hetzelfde zat
Als ik hier zat
Lezend uit mijn boek
Met een vlinder op mijn schouder
Als hier in mijn hoofd
Ooit iemand hetzelfde dacht
Als ik hier dacht
Misschien ooit
Jaren geleden…
Zou dat mogelijk zijn?
zondag 18 september 2011
Lila en storm
Aapjes en banaantjes
Dat is de papegaai
En Storm zegt
'aai aai aai'
Lila schopt zijn kont
en deelt klappen uit
En Storm zegt
'grijp de buit'
Hij pakt een lamp
en slaat het stuk
zodat Lila
een banaan eet.
maar dan zegt ze plotseling:
'Het rijmt niet meer
oh neeeeeeee'
En dan zegt Storm
'We gaan nu over zeeeeeeeeee
nu rijmt het wel'
En Lila zegt:
'Banaan Met Chocomel'
Einde
Door: Ru-Lian en Wan-Qing
Dat is de papegaai
En Storm zegt
'aai aai aai'
Lila schopt zijn kont
en deelt klappen uit
En Storm zegt
'grijp de buit'
Hij pakt een lamp
en slaat het stuk
zodat Lila
een banaan eet.
maar dan zegt ze plotseling:
'Het rijmt niet meer
oh neeeeeeee'
En dan zegt Storm
'We gaan nu over zeeeeeeeeee
nu rijmt het wel'
En Lila zegt:
'Banaan Met Chocomel'
Einde
Door: Ru-Lian en Wan-Qing
zaterdag 25 juni 2011
Demons
Hier is ie dan! Het verhaal van 1500 (en meer) woorden, wat ik belooft had. Veel plezier!
Er hing een groene waas rondom het riviertje. Irene streek neer in het gras en pakte haar tekenblok uit haar tas. Ze pakte de scherpgeslepen potlood en begon langzaam het landschap vast te leggen.
Een vlinder ging vertrouwd op haar schoot zitten. Ze was hier immers regelmatig. Haar ouders hadden dan ook regelmatig ruzie. Zo’n vier dagen per week. En dan ongeveer vier per dag.
Irene’s tekenkunsten en deze plek was haar enige troost als ze ruzie maakten. Ze voelde de wind de waterdruppels uit het riviertje tegen haar blote schouders waaien. Even rilde ze.
Toen had ze alles op papier gezet. Ze haalde haar map tevoorschijn met al haar andere tekeningen, maar veel verschil was er niet.
Irene borg al tekeningen op. Toen aarzelde ze even. Ze zag het water verleidelijk stromen...
Even later lagen haar sandalen aan de kant en trok ze haar jurk op tot haar knieƫn. Toen liet ze voorzichtig haar eerste voet in het water glijden. Daarna de tweede. Ze liet haar rugzak in het gras staan.
Ze liep steeds verder de midden van het water in. Ze sloot even haar ogen, terwijl ze liep. Tot ze iets voor haar voelde stromen. Ze stond voor de waterval. Ze hield haar hand in de stroming. Het water werd daar opgehouden en stroomde langs haar hand verder.
Snel trok ze het terug. Ze dacht dat ze er iets achter vond.
Ze deed twee handen in het water, horizontaal, zodat het water nog meer opgehouden werd. Ze zag het nu duidelijk. Een perfect uit steen gehouwen tunnel met edelstenen die flonkerden.
Irene aarzelde even, ze keek op haar natte horloge: bijna zes uur. Irene haalde haar schouders op, haar ouders zullen haar toch niet missen. Toen dook Irene de tunnel in.
Het was vochtig en koud. Irene rilde. Ze hoorde de waterval kletsen, maar ze zag het niet meer. Waar de waterval hoorde te zitten zat nu een massieve stenen muur. Irene huiverde even. Hoe moest ze er straks weer uit? Ze verzamelde alle moed en liep verder. De edelstenen flikkerden in het duister, alsof ze zelf lichtgaven. Er was namelijk geen lichtbron.
Ze kneep haar natte haren uit. Na een tijdje, haar horloge gaf kwart over zes aan, kwam er een enorme spiegel tevoorschijn.
Ze zag haar zelf, maar niet echt. Ze zag wel haar lange, golvende, blonde haren, maar ze waren niet nat. Ze zag haar zeegroene ogen, maar ze hadden iets perfects, net als haar neus en haar lippen.
Ze had ook niet haar zomerjurkje aan, ze had een duur gewaad aan dat rijkdom uitstraalde. Ze had een zijden waaier vast, belegd met minuscule stukjes goud en zilver.
Ze keek naar haar eigen hand, maar die was nog net zo nat als altijd, zonder een waaier of iets dergelijks. Irene schrok en wist dat ze weer naar huis moest.
Een paar minuten later stond Irene weer voor de waterval. Ze dacht niet na en rende er dwars doorheen. Trok haar schoenen aan, deed haar rugzak om en rende zo hard als ze kon naar huis.
De volgende dag haalde Irene weer een tekenblok tevoorschijn, maar deze keer kon ze haar gedachten niet bij haar potlood houden.
De jongen en de spiegel dwaalden steeds door haar gedachten. Uiteindelijk stond ze vastberaden op en liep weer naar de waterval. Ze moest het weer zien.
Deze keer was de toch een stuk langer en het leek wel moeilijker, ze was ten eerste weer kletsnat en ten tweede sneden de edelstenen in haar voeten.
Ze was er weer, uitgeput maar voldaan. Dit keer zag ze zichzelf, maar dan met haar ouders. Ze knuffelden elkaar liefdevol en legde een hand op Irene’s schouder. Irene greep naar haar schouder, maar ze greep alleen maar haar schouder.
Ze bleef staren tot ze weer besefte dat ze naar huis moest. Ze sprintte weer weg.
De derde dag gebeurde hetzelfde. De tocht was echter haast onverdraaglijk lang en pijnlijk, maar elke keer hield Irene weer die bevredigende beeld voor haar ogen waardoor ze doorzette. Ze kwam eindelijk bij de spiegel aan, wou weer neerstrijken op de kille vloer om naar haar wensen te kijken.
“Dat zou je wel graag willen hebben, toch?” een knappe jongen me korte, zwarte stekels stond achter haar.
“I...ik eh...” stotterde Irene betrapt. De jongen lachte en kwam dichterbij.
“Ik bied het je allemaal. Blijf hier” zei hij lokkend en hield zijn hand zachtjes op haar schouder.
“I...ik weet niet i...ik”
“Je hoeft niet te twijfelen. Je hebt drie dagen de tijd gehad om te beslissen en nu is de tijd aangebroken”
“Wat bedoel je ik...”
“Dit is je laatste kans om in de spiegel te kijken. Als je ervoor kiest hier te blijven zal je alles krijgen wat je zag in de spiegel. Als je kiest om nu terug naar huis te gaan, vind je deze tunnel nooit meer terug”
Irene dacht aan alle voordelen... alles eigenlijk, maar ze kon dan niet bij haar ouders blijven. En wat dan nog? Die geven toch nooit aandacht aan haar, die maken alleen maar ruzie...
“Ja, ik blijf” zei Irene, plotseling vastberaden. De jongen knikte.
“Ik ben Ket, kom mee, ik breng je naar mijn paradijs” hij stak zijn hand uit. Irene slikte even en pakte toen zijn hand vast.
Het was alsof ze in een eindeloze achtbaan zat. Ze tolde en maakte loopings en sjeesde vooruit...
Toen ze in een stad aankwam. Ze had geen tijd om alles goed in zich op te nemen. Ket trok haar mee naar een paleis en bracht haar naar een adembenemend mooie kamer. Ze ging op haar bed zitten en kreeg meteen een bad met rozenbladeren. Ze liet zich erin glijden en bleef er beslist een half uur inzitten voor ze gerimpeld eruit kwam, maar fris. Toen zag ze dat er een mooie donkerpaarse jurk op haar bed was gelegd. Meteen trok ze die aan. Ze keek in haar spiegel. Toen pakte ze een borstel die was belegd met amethist en onyx en borstelde haar haren.
Ze keek vanuit haar raam naar de stad, maar schrok terug. Het was een en al donker. Alle figuren door de straten bewogen zich vrij sierlijk, maar duister.
Irene sloot haar raam en opende haar deur, zelfs de gang was duister. Irene riep Ket, maar niemand reageerde. Uiteindelijk kwam ze in een eng uitziende deur terecht. Voorzichtig klopte ze aan, maar het zwaaide vanzelf open. Ze zag een donker trappetje dat naar beneden liep. Ze pakte een toorts van de muur en liep voorzichtig naar beneden. Ze kokhalsde toen ze het zag. Paniek overheerste haar gedachten en struikelend over de zoom van haar jurk deinsde ze achteruit. De klap die ze kreeg van de trap liet haar duizelen, toen ze iemand de trap af hoorde komen. Ze werd ruw van achter gepakt. Ze kon niet zien wie het was, maar de handen waren ijskoud.
Er werd een hand voor haar mond gehouden, toen ze probeerde te gillen.
“Stil, ik – probeer – je – alleen – maar – te – redden – blijf stil” siste onmiskenbaar Kets stem in Irene’s oor.
Hij trok haar zacht mee terug de trap op, nam haar mee naar haar kamer en deed de kamerdeur op slot.
“Luister eens heel goed” zei hij streng “Je mag daar nooit meer komen! Als iemand daar achter komt, stel je voor!”
“Ik wil hier niet meer zijn!” riep Irene huiverend.
“Je hebt je beslissing genomen, kind”
“Ik ben geen kind meer, noem me niet zo” riep Irene kwaad. Ket keek haar gefrustreerd aan. Draaide zich woedend om en sloeg de deur met een klap achter zich dicht.
De volgende dag echter overwon haar nieuwsgierigheid het van alle dreigementen. Ze wilde zien of het niet een verbeelding was. Ze werd al misselijk bij dat beeld dat ze toen zag, maar ze wilde iets doen. Ze sloop haar kamerdeur uit en zocht weer naar de kamer, al snel vond ze hem. Duwde hem zonder kloppen open, er was natuurlijk niemand. Ze sloop de kelder in. Kneep haar ogen dicht en deed ze toen open. Ze hingen er inderdaad nog. Duizenden lijken aan het plafond aan hun hals. Irene voelde haar maag weer draaien, wat bezielde haar?! Ze wou zich omdraaien toen ze recht in de ziedende ogen van Ket keek.
“Het is niet w...wat het lijkt!” riep ze wanhopig smekend, maar Ket keek genadeloos. Hij trok haar aan haar haren naar binnen.
“Ik heb je gewaarschuwd!” riep hij kwaad. En hij smeet haar tegen een bebloede muur. Trok een mes en hield het onder haar keel, maar voordat het haar huid raakte, liet hij het vallen. Irene hijgde, terwijl de tranen in haar ogen prikte.
“Wat ben jij?” vroeg ze hees. Ket gromde. Pakte zijn mes op.
“Ga” zei hij zacht.
“Wat?”
“Ga, voordat ik me bedenk, je bent hier helaas niet gelukkig genoeg”
Irene keek hem vertwijfeld aan.
“Ik zei dat je moest gaan”
Irene zag de dreiging in zijn hand waarmee hij de mes vasthield. Toen draaide ze zich om en rende weg. Ze hoorde nog net dat hij fluisterde: “Ik ben een demon”
Ze wist dat ze dit niet mocht horen, deed ook alsof ze dat niet hoorde en rende naar de uitgang. Toen hoorde ze plotseling iemand haar achterna rennen. Ze wist dat Ket zich bedacht had. De tranen prikten in haar ogen toen ze over de weg raasde, op weg naar de poort die terug naar de waterval leidde. Ze sprong erdoorheen, net toen Ket de zoom van haar jurk pakte. Hij trok haar naar zich terug, kuste haar op haar lippen. Op dat moment voelde Irene dat ze op de harde grond lag. Ze opende haar ogen. Ze lag op het gras. Ze had dezelfde zomerjurkje als de eerste dag aan. Ze was al die tijd aan het slapen!
Ze stond op, hees de tas over haar schouder en rende terug naar huis om met een nieuw start te beginnen met haar ouders.
Er hing een groene waas rondom het riviertje. Irene streek neer in het gras en pakte haar tekenblok uit haar tas. Ze pakte de scherpgeslepen potlood en begon langzaam het landschap vast te leggen.
Een vlinder ging vertrouwd op haar schoot zitten. Ze was hier immers regelmatig. Haar ouders hadden dan ook regelmatig ruzie. Zo’n vier dagen per week. En dan ongeveer vier per dag.
Irene’s tekenkunsten en deze plek was haar enige troost als ze ruzie maakten. Ze voelde de wind de waterdruppels uit het riviertje tegen haar blote schouders waaien. Even rilde ze.
Toen had ze alles op papier gezet. Ze haalde haar map tevoorschijn met al haar andere tekeningen, maar veel verschil was er niet.
Irene borg al tekeningen op. Toen aarzelde ze even. Ze zag het water verleidelijk stromen...
Even later lagen haar sandalen aan de kant en trok ze haar jurk op tot haar knieƫn. Toen liet ze voorzichtig haar eerste voet in het water glijden. Daarna de tweede. Ze liet haar rugzak in het gras staan.
Ze liep steeds verder de midden van het water in. Ze sloot even haar ogen, terwijl ze liep. Tot ze iets voor haar voelde stromen. Ze stond voor de waterval. Ze hield haar hand in de stroming. Het water werd daar opgehouden en stroomde langs haar hand verder.
Snel trok ze het terug. Ze dacht dat ze er iets achter vond.
Ze deed twee handen in het water, horizontaal, zodat het water nog meer opgehouden werd. Ze zag het nu duidelijk. Een perfect uit steen gehouwen tunnel met edelstenen die flonkerden.
Irene aarzelde even, ze keek op haar natte horloge: bijna zes uur. Irene haalde haar schouders op, haar ouders zullen haar toch niet missen. Toen dook Irene de tunnel in.
Het was vochtig en koud. Irene rilde. Ze hoorde de waterval kletsen, maar ze zag het niet meer. Waar de waterval hoorde te zitten zat nu een massieve stenen muur. Irene huiverde even. Hoe moest ze er straks weer uit? Ze verzamelde alle moed en liep verder. De edelstenen flikkerden in het duister, alsof ze zelf lichtgaven. Er was namelijk geen lichtbron.
Ze kneep haar natte haren uit. Na een tijdje, haar horloge gaf kwart over zes aan, kwam er een enorme spiegel tevoorschijn.
Ze zag haar zelf, maar niet echt. Ze zag wel haar lange, golvende, blonde haren, maar ze waren niet nat. Ze zag haar zeegroene ogen, maar ze hadden iets perfects, net als haar neus en haar lippen.
Ze had ook niet haar zomerjurkje aan, ze had een duur gewaad aan dat rijkdom uitstraalde. Ze had een zijden waaier vast, belegd met minuscule stukjes goud en zilver.
Ze keek naar haar eigen hand, maar die was nog net zo nat als altijd, zonder een waaier of iets dergelijks. Irene schrok en wist dat ze weer naar huis moest.
Een paar minuten later stond Irene weer voor de waterval. Ze dacht niet na en rende er dwars doorheen. Trok haar schoenen aan, deed haar rugzak om en rende zo hard als ze kon naar huis.
De volgende dag haalde Irene weer een tekenblok tevoorschijn, maar deze keer kon ze haar gedachten niet bij haar potlood houden.
De jongen en de spiegel dwaalden steeds door haar gedachten. Uiteindelijk stond ze vastberaden op en liep weer naar de waterval. Ze moest het weer zien.
Deze keer was de toch een stuk langer en het leek wel moeilijker, ze was ten eerste weer kletsnat en ten tweede sneden de edelstenen in haar voeten.
Ze was er weer, uitgeput maar voldaan. Dit keer zag ze zichzelf, maar dan met haar ouders. Ze knuffelden elkaar liefdevol en legde een hand op Irene’s schouder. Irene greep naar haar schouder, maar ze greep alleen maar haar schouder.
Ze bleef staren tot ze weer besefte dat ze naar huis moest. Ze sprintte weer weg.
De derde dag gebeurde hetzelfde. De tocht was echter haast onverdraaglijk lang en pijnlijk, maar elke keer hield Irene weer die bevredigende beeld voor haar ogen waardoor ze doorzette. Ze kwam eindelijk bij de spiegel aan, wou weer neerstrijken op de kille vloer om naar haar wensen te kijken.
“Dat zou je wel graag willen hebben, toch?” een knappe jongen me korte, zwarte stekels stond achter haar.
“I...ik eh...” stotterde Irene betrapt. De jongen lachte en kwam dichterbij.
“Ik bied het je allemaal. Blijf hier” zei hij lokkend en hield zijn hand zachtjes op haar schouder.
“I...ik weet niet i...ik”
“Je hoeft niet te twijfelen. Je hebt drie dagen de tijd gehad om te beslissen en nu is de tijd aangebroken”
“Wat bedoel je ik...”
“Dit is je laatste kans om in de spiegel te kijken. Als je ervoor kiest hier te blijven zal je alles krijgen wat je zag in de spiegel. Als je kiest om nu terug naar huis te gaan, vind je deze tunnel nooit meer terug”
Irene dacht aan alle voordelen... alles eigenlijk, maar ze kon dan niet bij haar ouders blijven. En wat dan nog? Die geven toch nooit aandacht aan haar, die maken alleen maar ruzie...
“Ja, ik blijf” zei Irene, plotseling vastberaden. De jongen knikte.
“Ik ben Ket, kom mee, ik breng je naar mijn paradijs” hij stak zijn hand uit. Irene slikte even en pakte toen zijn hand vast.
Het was alsof ze in een eindeloze achtbaan zat. Ze tolde en maakte loopings en sjeesde vooruit...
Toen ze in een stad aankwam. Ze had geen tijd om alles goed in zich op te nemen. Ket trok haar mee naar een paleis en bracht haar naar een adembenemend mooie kamer. Ze ging op haar bed zitten en kreeg meteen een bad met rozenbladeren. Ze liet zich erin glijden en bleef er beslist een half uur inzitten voor ze gerimpeld eruit kwam, maar fris. Toen zag ze dat er een mooie donkerpaarse jurk op haar bed was gelegd. Meteen trok ze die aan. Ze keek in haar spiegel. Toen pakte ze een borstel die was belegd met amethist en onyx en borstelde haar haren.
Ze keek vanuit haar raam naar de stad, maar schrok terug. Het was een en al donker. Alle figuren door de straten bewogen zich vrij sierlijk, maar duister.
Irene sloot haar raam en opende haar deur, zelfs de gang was duister. Irene riep Ket, maar niemand reageerde. Uiteindelijk kwam ze in een eng uitziende deur terecht. Voorzichtig klopte ze aan, maar het zwaaide vanzelf open. Ze zag een donker trappetje dat naar beneden liep. Ze pakte een toorts van de muur en liep voorzichtig naar beneden. Ze kokhalsde toen ze het zag. Paniek overheerste haar gedachten en struikelend over de zoom van haar jurk deinsde ze achteruit. De klap die ze kreeg van de trap liet haar duizelen, toen ze iemand de trap af hoorde komen. Ze werd ruw van achter gepakt. Ze kon niet zien wie het was, maar de handen waren ijskoud.
Er werd een hand voor haar mond gehouden, toen ze probeerde te gillen.
“Stil, ik – probeer – je – alleen – maar – te – redden – blijf stil” siste onmiskenbaar Kets stem in Irene’s oor.
Hij trok haar zacht mee terug de trap op, nam haar mee naar haar kamer en deed de kamerdeur op slot.
“Luister eens heel goed” zei hij streng “Je mag daar nooit meer komen! Als iemand daar achter komt, stel je voor!”
“Ik wil hier niet meer zijn!” riep Irene huiverend.
“Je hebt je beslissing genomen, kind”
“Ik ben geen kind meer, noem me niet zo” riep Irene kwaad. Ket keek haar gefrustreerd aan. Draaide zich woedend om en sloeg de deur met een klap achter zich dicht.
De volgende dag echter overwon haar nieuwsgierigheid het van alle dreigementen. Ze wilde zien of het niet een verbeelding was. Ze werd al misselijk bij dat beeld dat ze toen zag, maar ze wilde iets doen. Ze sloop haar kamerdeur uit en zocht weer naar de kamer, al snel vond ze hem. Duwde hem zonder kloppen open, er was natuurlijk niemand. Ze sloop de kelder in. Kneep haar ogen dicht en deed ze toen open. Ze hingen er inderdaad nog. Duizenden lijken aan het plafond aan hun hals. Irene voelde haar maag weer draaien, wat bezielde haar?! Ze wou zich omdraaien toen ze recht in de ziedende ogen van Ket keek.
“Het is niet w...wat het lijkt!” riep ze wanhopig smekend, maar Ket keek genadeloos. Hij trok haar aan haar haren naar binnen.
“Ik heb je gewaarschuwd!” riep hij kwaad. En hij smeet haar tegen een bebloede muur. Trok een mes en hield het onder haar keel, maar voordat het haar huid raakte, liet hij het vallen. Irene hijgde, terwijl de tranen in haar ogen prikte.
“Wat ben jij?” vroeg ze hees. Ket gromde. Pakte zijn mes op.
“Ga” zei hij zacht.
“Wat?”
“Ga, voordat ik me bedenk, je bent hier helaas niet gelukkig genoeg”
Irene keek hem vertwijfeld aan.
“Ik zei dat je moest gaan”
Irene zag de dreiging in zijn hand waarmee hij de mes vasthield. Toen draaide ze zich om en rende weg. Ze hoorde nog net dat hij fluisterde: “Ik ben een demon”
Ze wist dat ze dit niet mocht horen, deed ook alsof ze dat niet hoorde en rende naar de uitgang. Toen hoorde ze plotseling iemand haar achterna rennen. Ze wist dat Ket zich bedacht had. De tranen prikten in haar ogen toen ze over de weg raasde, op weg naar de poort die terug naar de waterval leidde. Ze sprong erdoorheen, net toen Ket de zoom van haar jurk pakte. Hij trok haar naar zich terug, kuste haar op haar lippen. Op dat moment voelde Irene dat ze op de harde grond lag. Ze opende haar ogen. Ze lag op het gras. Ze had dezelfde zomerjurkje als de eerste dag aan. Ze was al die tijd aan het slapen!
Ze stond op, hees de tas over haar schouder en rende terug naar huis om met een nieuw start te beginnen met haar ouders.
zondag 12 juni 2011
JUBILEUM
3000 dagen! Hoera! Eh... weten jullie eigenlijk al waarom? Nou Daryl, Lisa en ik zijn al 3000 dagen beste vriendinnen! We al zoveel samen beleefd, ik weet nog toen ik en Daryl een 'regenboog broodje' probeerden te maken. Eh... met andere woorden, gewoon een buitengewoon smerig broodje maken met jam, pindakaas, chocopasta, hagelslag, boter... Ook gingen we een parcourtje doen, maar Daryl struikelde over de teletubbie-schommelstoel, toen moest ze huilen en ik om de ene of andere reden ook :S. Toen moest mijn zusje ook huilen en kwam mijn moeder thuis. Ahaha, waar blijven die mooie tijden.
Ik weet ook nog goed hoe ik met Lisa een remix maakten:
'Midden in de winternacht, gaat de hemel open... nananananananananananana...
Jingle bells jingle bells jingle oh the way
Billy jean is not my lover, she claims i am the one
Smooth criminal
bafbaf baf baf...' ofzoiets.
En onze 'overheerlijk' maar wel creatieve toetje: Ijs met slagroom en hagelslag. Chocola erover heen en een sate prikker met een krokant kussentje.
Daar hadden we dus allemaal foto's van zitten maken.
Ook hadden we vaak samen gelogeerd.
Toen Lisa en Daryl wakker werden met iets vreemds aan hun voeten, wat ik bleek te zijn. Ik was zonder dat ik het wist naar de andere kant gekropen in mijn slaap. We hadden ook een keer tot ongeveer 8 uur 's ochtend wakker gebleven. We zagen de zon opkomen!
Ah... er is veel te veel gebeurd in de 3000 dagen, en laat er alsjeblieft nog meer komen!
Luv u Daryl en Lisa.
My best friends
en een fijne jubileum van 3000 dagen
(Ja, je kaart was mooi, met dat 'gecondoleerd', ahahaa)
XXX
Ik weet ook nog goed hoe ik met Lisa een remix maakten:
'Midden in de winternacht, gaat de hemel open... nananananananananananana...
Jingle bells jingle bells jingle oh the way
Billy jean is not my lover, she claims i am the one
Smooth criminal
bafbaf baf baf...' ofzoiets.
En onze 'overheerlijk' maar wel creatieve toetje: Ijs met slagroom en hagelslag. Chocola erover heen en een sate prikker met een krokant kussentje.
Daar hadden we dus allemaal foto's van zitten maken.
Ook hadden we vaak samen gelogeerd.
Toen Lisa en Daryl wakker werden met iets vreemds aan hun voeten, wat ik bleek te zijn. Ik was zonder dat ik het wist naar de andere kant gekropen in mijn slaap. We hadden ook een keer tot ongeveer 8 uur 's ochtend wakker gebleven. We zagen de zon opkomen!
Ah... er is veel te veel gebeurd in de 3000 dagen, en laat er alsjeblieft nog meer komen!
Luv u Daryl en Lisa.
My best friends
en een fijne jubileum van 3000 dagen
(Ja, je kaart was mooi, met dat 'gecondoleerd', ahahaa)
XXX
Abonneren op:
Posts (Atom)